Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Vooreerst dan de meer afgetrokken vraag, wat ik met die valsche eenvormigheid bedoel? En dan bid ik u, M. H., mij daarbij deze ééne stelling als bewezen te gunnen, dat eenheid het einddoel is van de wegen Gods. Immers het leven ruischt en tintelt om ons heen in eindelooze schakeering van altijd nieuwe vormen en gestalten, en onderling door eigen aard verscheiden zijn de onafzienbare menigte van verschijnselen, die we zien afvloeien met den levensstroom. Een bajert schijnt het vaak om ons heen, een dooreenwoeling en bonte mengeling, waarin ons oog de eenheid vruchteloos zoekt. Maar nu.... dat de weg Gods naar eenheid uit die verscheidenheid, naar orde uit dien chaos voert, en dat door Zijn wil zich in harmonie eens elke wanklank oplost, dat immers is de diepe zin der.gansche Openbaring, zoo dikwijls ze ons vaneenrijkseenheid, van een rijk van onzen Koning, van een koningrijk der hemelen, van een alles omvattend rijk der heerlijkheid spreekt. Op die eenheid als einddoel loopen alle gangen der Openbaring uit: aan het stichten van die rijkseenheid arbeidt de christelijke geest sints achttien eeuwen door het sloopen van eiken muur der afscheiding, en bereikt zal dat goddelijke ideaal eerst dan wezen, als voor aard en hemel de Christusbede uit zijn stervensnacht zal vervuld zijn: „Opdat ze allen één zijn mogen, Vader! Ik in ü en zij in Mij, opdat ze allen mogen zijn tot één!"

Ge vergt dus voor dat beweren geen betoog, dat de eenheid, het eenig ideaal waarin ons denken rusten kan, het einddoel is van den weg onzes Gods. Maar, wat ons nu al aanstonds in onzen eigenlijken gedachtenkring binnenleidt, en waarop ik u dus verzoek, zeer scherp te willen letten i datzelfde ideaal heeft ook het zondig streven der wereld door roof voor zich genomen, naar eenheid streeft ook zij. Gij begrijpt wat ik met dat zondig streven der wereld bedoel. Erkent

Sluiten