Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuwe vóór alles dan elke fusie met wie anderes geestes zijn, elke samensmelting, met wien of naar welke zijde ook, blijve steeds zich zelve en' drage fier en vrij haar eigen kleur.

Keert zoo bij elk staatkundig vraagstuk steeds datzelfde pleit der eenvormigheid terug, die eenvormigheid ze blijft ook dan nog de kanker, dien me moeten uitsnijden, als we ten slotte op het vraagstuk van den ganschen staat, op de vraag naar onze onafhankelijkheid komen. De eenvormigheid van het Caesarisme is onze buitenlandsche, de eenvormigheid van het Cosmopolitisme onze binnenlandsche vijand, die te zamen in noodlottigen bond ons volksbestaan bedreigen. Neen, niet door Napoleon, niet door von Bismarck, maar alleen door die eenvormigheid van het moderne leven is de //question hollandaise" gesteld. Zij is het, die de physieke, onpersoonlijke macht van het geweld //durch Blut und Eisen" tot zoo ontzettende afmetingen opvoert, dat -het elk volksbestaan dreigt te verpletteren. En zij, die eenvormigheid, is het niet minder, die in eigen boezem de spierkracht van ons volksleven zoo verslappen doet, dat het soms schijnt, of we ongevraagd den vijand de bewijsstukken in handen zoeken te spelen, dat Hólland zich zelf overleefd heeft, en den buitenlander bij zijn vraag „is such a one fit to govern?" het ant-' woord van Macduff op de lippen willen leggen:

„Pit to govern!

No, not to live, o miserable nation!"

Bestrijding dier eenvormigheid is dus strijden vóór het vaderland. Haar ondermijnen, den grondslag hecht plaveien waarop elk volksleven rust. En nu, daartoe kunnen we immers allen medewerken M. H., elk in zijn huisgezin, elk onzer in zijn eigen hart. Want neen, niet uit de lucht daalt de volksgeest neder, maar uit den geest van het huisgezin klimt hij op; en de geest van elk huisgezin waardoor anders wordt hij gevormd dan door het hart van wie samenwonen onder

Sluiten