Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SOCIALE VRAAGSTUK

EN

DE CHRISTELIJKE RELIGIE.

rede ter opening van het Sociaal-Congres op 9 November 1891,

GEHOUDEN DOOK

Dr. a. k u y p e r,

M. H.

In uw aller geest acht ik te handelen, zoo ik, aanstonds in mijn openingswoord, de taak van dit eerste Congres zoo bescheiden mogelijk opvat. Geen oogenblik mag, zoomin binnen als buiten dezen kring, de gedachte post vatten, als bedoelden we hier op ónze wijze eene nabootsing te leveren van een dier indrukwekkende samenkomsten, waarop mannen van het vak, uit alle landen van Europa saamgestroomd, den schat hunner kennis uitstalden of den glans van hun talent schitteren deden. Als droeve vrucht van het staatsmonopolie, dat ten onzent op het gebied van het Hooger onderwijs nog steeds' voortwoekert, bezitten wij zelfs nog geen mannen van het vak; als specialiteit in de staathuishoudkunde is geen onzer op dit Congres verschenen; en versta ik u wel, dan hebt ge u aangegord, niet om hier in openlijk toernooi het zwaard met den tegenstander te kruisen, maar om, in besloten vergadering, als broeders in den naam van Jezus vereenigd, op ernstige wijze de vraag te bespreken: Wat ons als belijders van den Christus te doen staat, met het oog op de sociale nooden van onzen tijd.

Ook de belijders van Jezus in het buitenland zagen almeer de noodzakelijkheid daartoe in. Denkt slechts aan het optreden van de Christliche Arbeiterpartei in de kringen van Graaf Von Waldersee te Berlijn; aan de Christian Socialists, die, door Maurice en Kingsley geïnspireerd, zich onder Keverend Headlam te Londen tot een groep aaneensloten; aan de ■Société Chrétienne suisse pbur Véconomie sociale, nu twee jaren geleden te Genève opgericht; en, om nu het Christelijk terrein op zijn breedst

1

Sluiten