Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het sociale leven de usantie beheerschten, als door hen die optraden met magistrale macht; en beide malen had die reeks van misslagen tweeërlei vaste oorzaak, óf in de dwaling, óf in de zonde. In dwaling voor zooverre men in onkunde verkeerde omtrent het wezen van den mensch en zijn sociale eigenschappen; en niet minder omtrent de wetten, die eenerzijds de samenleving en anderzijds de voortbrenging, de verdeeling en het gebruik van het stoffelijk goed beheerschten. Maar ook en niet minder in de zonde, die uit hebzucht of heerschzucht, de ééne maal door geweld, en de andere maal door valsche usantie en ongerechtige wet, de gezonde ontwikkeling der samenleving stoorde of tegenhield, en dan soms eeuwenlang een zeer ongezonde ontwikkeling deed voortkankeren. Na eenig verloop van tijd traden dan deze dwaling en deze zonde met elkander in bond, om onwaarachtige beginselen, die onze menschehjke natuur geweld aandeden, tot heerschappij te verheffen; en uit deze valsche beginselen systemata op te bouwen, die aan het onrecht een glimp gaven en in theorie als normaal stempelden wat f eitehjk tegen den eisch van het leven inging.

Dit roekeloos spel met de menschehjke samenleving is onder alle volkeren, is in alle tijden der historie gedreven; gedreven door denkers en bezitters in het private leven; en straks onder hun inspiratie op niet minder onverantwoordelijke wijze gedreven door de Overheid. Immers al is het volkomen juist, dat de sociale quaesrie in engeren zin slechts bij groote tusschenpoozen aan de orde komt, en velen. hierdoor in den waan verkeeren, alsof de inmenging van de Overheid in het sociaal probleem een nieuwigheid van onzen tijd ware, toch is er feitelijk in geen land ter wereld ooit eenige Overheid geweest, die niet op allerlei wijze én den gang van het maatschappelijk leven én zijn verhouding tot het stoffelijk goed beheerscht heeft. Ze deed dit door velerlei bepaling van het burgerlijk recht; ze deed het door het handelsrecht; zijdelings ook door haar staatsrecht en strafrecht; en wat de verhouding tot het stoffelijk goed betreft, meer bijzonder door het erfrecht, het belastingstelsel, door de regeling van uit- en invoerrechten, door hare bepalingen voor koop en huur, door haar agrarische regeling, haar koloniaal beheer, haar muntregeling en zooveel meer. Van een vrije geheel instinctieve ontwikkeling der maatschappij is in geen rijk van hoogere nationale ontwikkeling dan ook ooit sprake geweest, Menschehjke kunst heeft allerwegen de ontwikkeling der natuurlijke krachten en verhoudingen aan zich onderworpen. Maar al moet nu dankbaar erkend, dat deze inmenging van het menschelijk beleid ons, in het algemeen gesproken, uit de toestanden der barbaarschheid in een toestand van geordende saamleving heeft overgebracht; ja, al mag en moet toegegeven, dat zekere doorgaande ontwikkeling der saamleving het geloof sterkt

Sluiten