Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zijn hand niet terug. En als de schare honger heeft, ook al hongert ze nog niet naar het brood des levens, reikt hij haar tarwebrood in menigte en schenkt haar overvloed van kostelijke visch. Zoo paart zich bij Jezus aan de theorie een levenspractyk. Zijn theorie is gezet in den toon van wat den Spreukendichter bad: „Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels". Een bede waaruit voor den geldzuchtige door den Apostel deze levensles wordt afgeleid: „Niets hebt ge in de wereld ingebracht; dies kunt ge ook bij uw sterven niets er uitdragen. Zoo ge derhalve slechts voedsel en deksel hebt, zult ge daarmede vergenoegd zijn. Wilt ge daarentegen rijk worden, zoo valt ge in verzoeking, en in den strik, en in allerlei dwaze en schadehjke begeerlijkheid, die den mensch doet verzinken in verderf en ondergang; toont de geldzucht is de wortel van alle kwaad. Gij, o, mensch Gods, vlied dan deze dingen." Maar eene theorie, waaruit bij tegenstelling evenzeer voor den armere volgt, dat hij niet morren zal, noch zich tot bitterheid laten prikkelen, en niet zeggen zal in zijn bezorgdheid: „Wat zullen wij eten? of wat zullen wij drinken? of waarmede zullen wij ons kleeden ? Want alle deze dingen zoeken de heidenen, terwijl toch uw hemelsche Vader weet, dat gij alle deze dingen behoeft," En dan heet het, zoo vlak omgekeerd, als onze Socialisten het prediken: „Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en zijne gerechtigheid en alle deze dingen zullen u toegeworpen worden." Aldus de theorie, die naar twee zijden tegelijk, bij rijk en bij arm, den wortel der" zonde in ons menschelijk hart doorsnijdt, Maar om dan ook op die theorie de hartverwinnende practyk te laten volgen van een toewijding, een zelfverloochening, meer nog van een goddelijke ontferming, die eerst alle balsem, die slechts onder haar bereik ligt, in de wonde der hjdende menschheid druppelt, en dan eindigt met voor aller nood en dood, 't zij dan dat ze rijk, 't zij dat ze arm zijn, zelf ter slachting te gaan, als het Lam dat stom is voor dien die het scheert.

Zulk een optreden nu M. H., zulk een prediking, zulk een sterven zou reeds op zich zelf invloed ten goede hebben geoefend op de sociale verhoudingen. Het omverwerpen van het afgodsbeeld van den Mamon en het Verplaatsen van het bestaansdoel van deze aarde naar den hemel, moest, ook zonder meer, een geheelen ommekeer te weeg brengen in het zelfbewustzijn der volkeren. En toch, hierbij liet Jezus het niet. Jezus heeft ook georganiseerd. Hij deed immers ook zijn Kerk onder de natiën uitgaan ; een kerk, die bestemd was in drieërlei opzicht op het sociale leven in te werken. Vooreerst door den Dienst des Woords, in zooverre dit Woord gestadiglijk de geldzucht bestreed, den arme en verdrukte troostte, en in ruil voor het lijden des tegenwoordigen tijds op een eindelooze

Sluiten