Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den arbeid staat het niet anders. Bepaaldelijk met het oog op dien stoffelijken arbeid, die het sterkst bij de sociale quaestie meespreekt, staat hoog voor ons de goddelijke ordinantie: „In het xweet uws aanschijns puit gij uw brood eten." Maar daarnaast staat ook: ,Zte arbeider is zijn loon waardig, en dat loon zult ge niet verkorten, veelmin inhouden. De Heere zegt uitdrukkelijk door Mozes: Gij moogt den armen daglooner niet verdrukken; zelfs mag zijn dagloon bij u niet vernachten." Ook in den daglooner zult ge een mensch eeren met u uit éénen bloede, zoodat hem tot instrument te verlagen een u vreemd houden is aan uw eigen vleesch. Ook die daglooner moet als naar den beelde Gods geschapen kunnen leven. Hij moet zijn roeping als man en vader kunnen vervullen. Ook die daglooner heeft een ziel te verhezen, en moet jdns zijn God kunnen dienen zoo goed als gij. En daarom komt hem een Sabbath toe; hém bovenal, wiens arbeid zoo naar het stoffelijke, neertrekt. Ook dien arbeider schiep God als eens broos schepsel, d. i. als een wiens kracht door ziekte en ongeval kan gebroken worden, en straks door ouderdom afneemt; en ook dan, als hij-niet meer zwoegen kan in het zweet zijns aanschijns, moet hij brood kunnen eten van den arbeid zijner mannelijke kracht. Zoo spreekt God in zijn Woord, en dat leest ook uw arbeider; hij moet en mag het lezen; en als hij dat leest, geeft dan Gods Woord zelf hem geen recht, nu wel niet tot morren, veelmin tot opstand, maar dan toch tot klacht, tot aanklacht tegen een maatschappelijke inrichting, die hem zoo pijnlijk derven doet, wat de ordinantie eener Goddelijke barmhartigheid voor hem besteld had. En al drukt nu de meesten onzer dit lijden ■persoonlijk niet, moet het ons dan niet drukken om onzer broederen wil? Mogen we dan aflaten, om, met Gods Woord in de hand, een vernietigende critiek op zoo ongezonde samenleving uit te oefenen ? Ja, moogt ge dan rusten zoolang die samenleving, nu nog afgezien van Staatshulp, niet weer naar Gods Woord hervormd is. Den werkman als „een stuk gereedschap" te misbruiken, is en blijft een aanranden van zijn menschen waarde. Sterker nog, het is een zonde, rechtstreeks ingaande tegen het zesde gebod: ,Gij zult den arbeider ook maatschappelijk niet dooden."

Ten slotte ook over die Staatshulp, als laatste meer concreet punt, nog een kort woord. God de Heere stelde ook voor de roeping van de Overheid wel terdege een grondregel. De Overheid is er, om zijn recht op aarde te bestellen en dat recht te handhaven. Alzoo ligt het niet op haar weg, om de taak van huisgezin en maatschappij' over te nemen. Daarvan houde ze haar hand terug. Maar zoodra er uit de aanraking der verschillende levenskringen botsing ontstaat, zóó dat de ééne kring het van Gods-

Sluiten