Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aanlegt. Is dit leven al ons leven, dan versta ik het, dat men genieten wil eer men sterft en op het mysterie van het lijden zich star ziet. En daarom is het uw roeping, Belijders van onzen Heere Jezus Christus, met een ernst, die aangrijpt, en met een nadruk, die in de, ziel dringt, èn bij den arme èn bij den rijke, altoos weer het eeuwige leven op den voorgrond te stellen. Alleen wie ook met een eeuwig leven rekent, kent van dit aard'sche leven den wezenlijken prijs. En zoo ook, is uitwendig bezit, is stoffelijk goed, is genieting met de zinnen het al wat voor den mensch bestemd is, dan versta ik den materialist, en zie niet in met wat recht ik den Epicurist bestraffen zou. En daarom is het üw roeping, o, Kinderen des Koninklijks, op alle manier, altoos weer, het aan rijk en arm in te prenten, dat de vrede Gods veel rijker heilschat is, en het geestelijk goed der menschheid van veel hooger waardij. Ook bij de sociale quaestie is het toch de vraag maar, hoe er tevredenheiden geluk zal heerschen; iets wat immers volstrekt niet alleen afhangt van het montant van uw bezit, maar allereerst van de behoefte, die bij u gewekt is, en het soort van behoefte, dat in u om bevrediging roept. En of nu de socialist al lastert, dat dit een afschepen van den arme met „een wissel op de eeuwigheid" is, de feiten weerspreken die lastertaal. Want wie geen vreemdeling in onze christelijke gezinnen, ook van den laagsten stand, is, die weet het, wat de vreeze onzes Gods ook bij een sober deel vermag; die heeft het gezien hoe, wat elders in drankzucht en zonde verkwist werd, bij den Christenwerkman een dubbelen zegen ontving; die kan het getuigen, hoe ook in zulk een arm gezin bij man èn vrouw èn kinderen, de menschenwaarde tot haar recht kwam; en die heeft God gedankt voor het milde deel van levensgeluk en verheuging des harten, dat ook bij zoo beperkte middelen genoten wierd. Want, neen, ze vragen niet, ze bedelen niet, die kern onzer werkheden. Eer doen ze zeiven nog soms milde handreiking aan wie minder ontving dan zij.

Wreed en onmeedoogend handelt dan ook, naar mijn innigste overtuiging, alle profeet die zich onder ons volk opwerpt, en deze fundamenteele stukken van het volksbewustzijn aan het wankelen brengt. Als wreed moet deswege ook gebrandmerkt de moderne richting op den kansel, die twijfel aan onze eeuwige bestemming in de harten zaaide. Wreed niet minder was onze openbare school, die de kinderen onzes volks van dit verheven standpunt naar de laagte trok; en niet hoog genoeg kan daartegenover geschat wat onze Christelijke school reeds alleen hierdoor voor het hjden onzes volks gedaan heeft, dat ze dezen eenig betrouwbaren waardemeter voor ons menschelijk leven, ons menschelijk goed en onze menschehjke gemeting aan duizend bij duizend gezinnen hergaf.

Sluiten