Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid. Daarmede ontvangen wij al aanstonds eene bepaalde, duidelijke en heldere voorstelling van die verhevene dingen. Want wanneer de mensch in zijne vermeende wijsheid het zoover gebragt heeft, dat hij waant hemel en aarde wel onderzocht te hebben , dan komt hij al ligt tot de vraag: «Wat is hier eigentlijk boven?» Onze aarde is eene ronde bol, die om bare eigene as wentelt, en wat heden boven is is straks weer beneden; zoodat er eigentlijk volgens de wetten der natuurkundige en sterrekundige wetenschap geen boven en beneden beslaat. Op deze bedenking van de geleerde wetenschap zouden wij al ligt • vérlegen staan wat te antwoorden. Maar wij willen haar dit woord dan schenken en er niét lang over twisten. De Apostel wijst ons op eenen Persoon , met name: Jezus Christus. Dat Hij niet op deze aarde is weet iedereen, de geleerde zoowel als de ongeleerde. Hij moet dus ergens elders zijn, aan eene plaats buiten deze aarde. Op die plaats vestigt de Apostel zijne aandacht, en om het even hoe gij die plaats noemen wilt betzij boven of beneden, ter linker of ter regter zijde, genoeg, de Apostel spreekt van de dingen die daar zijn, waar de verhevene en heerlijke persoon Jezus Christus Zich bevindt. Intasschen wat ons betreft, wij stellen ons die plaats waar Christus is niet voor onder onze voeten in het middelpunt der aarde, maar boven ons hoofd, boven de wolken, waarheen onze uit het graf verrezéne Christus opgevaren is voor de oogen Zijner discipelen. Wij willen opwaarts zien en het hoofd omhoog heffen, wanneer wij aan Hem denken, van Hem spreken, met Hem leven, voor Hem strijden, en deze houding moge dan in de oogen veler geleerden ook al niet wetenschappelijk zijn, zij is toch Schriftuurlijk en echt Apostolisch; en dat is ons genoeg.

En welke zijn dan de dingen die boven zijn ? Zijn het werkelijk dingen of zijn het alleen denkbeelden , begrippen ? Inderdaad , indien wij gelijk de heidensche wijsgeeren nog vragen moesten wat is waarheid, dan zouden wij ons onder de dingen die boven zijn, niet veel anders kunnen voorstellen dan wat zij zich daaronder verbeeldden , namelijk : allerlei schimmen van menschelijke wijsheid, zoo als deugd, braafheid, en wat dies meer zij; met één woord, eene menigte van namen aan de Heidensche zedeleer ontleend, maar die geene wezentlijkheid hebben , en dus eigentlijk geen dingen maar ondingen zijn. Wij zonden dan des Apostels vermaning aldus moeten verstaan: bedenkt de deugd, zoekt de braafheid, beijvert u om het ware, schoone en goede. Maar zoo wij dan verder begeerden te weten wat wij onder die benaming te verstaan hebben, zouden wij ons moeten tevreden stellen met losse begrippen, die zonder wezentlijkheid in de lucht zweven.

Maar de Apostel verbindt de dingen die daar boven zijn,

Sluiten