Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de aardsche dingen, en daarom noemt hij den eisch van onzen tekst eene onmogelijkheid, eene overdrevenheid. Doch hij zal tot andere gevoelens komen wanneer met hem die gebeurtenis plaats vindt , die met de geloovigén te Colossé plaats gegrepen had, en waarop de Apostel zich in den aanvang van ons tekstwoord beroept. Welke die gebeurtenis is, zullen wij thans een weinig nader onderzoeken.

Tüsscbenzang : Ps. 119 vs. 47 en 49. II.

De gebeurtenis die met de geloovigén plaats gevonden heeft, wordt door den Apostel vermeld in de woorden: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt. Hij zegt: indien, niet alsof hij de zaak nog betwijfelde, maar omdat hij haar reeds vroeger als onbetwijfelbaar vooropgesteld had. In het 19° vers van het vorige hoofdstuk, namelijk, had hij van de geloovigén getuigd, dat zij in den Doop met Christus begraven en door het geloof»der werking Gods, die Hem uit den dooden opgewekt heeft, met Hem opgewekt waren. Hierop nu terug komende', zegt hij in onzen tekst: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt _ en dat gij 'dit jijt is immers eene uitgemaakte zaak — zoo zoekt de dingen die boven zijn. De Apostel verzekert dus, dat de geloovigén met Christus «Qn opgewekt, en het is op deze gebeurtenis, met hen geschied, waarop hij zich beroept, om hen tot hemelschgezinden wandel aan te sporen.

De geloovigén reeds hier met Christus opgewekt! Welk eene ontzaggelijke en heerlijl» gebeurtenis 1 Hadden dan de geloovigén te Colosse werkelijk dit verderfelijk ligchaam afgelegd, en het onverderfelijke aangedaan? Wanneer gij deze vraag bedoelt in den gewonen zin der natuur, dan voorzeker niet. In het vijfde vers, dat op onzen tekst volgt, verzekert de Apostel zelf dat de geloovigén nog leden hadden, die op de aarde waren, en waarin allerlei schandelijke bewegingen woonden. De Colossensische christenen waren in niets onderscheiden van de christenen die thans nog leven op aarde; zij droegen het ligchaam der zonde en des doods nog bestendig met zich; zij hebben dat ligchaam medegenomen in het graf, en hunne sigtbare opwekking uit de groeve des doods zal eerst in den toekomstigen dag der opstanding plaats vinden. Wanneer dus de Apostel verklaart, dat zij thans reeds opgewekt zijn, zoo spreekt het wel van zelf dat hij dit niet in eenen natuurlijken zin bedoelen kan.

Maar bedoelt de Apostel het dan in eenen figuurlijken oneigenlijkenzial Wil hij misschien het volgende zeggen: «Gijlieden zijt tot mtien gekomen dat gij vroeger niet leefdet zoo als het

Sluiten