Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ordelijke redeveringen, vol grondigheid van betoog, vol bondigheid van bewijs ? Het' waarom en daarom wordt er op elke bladzijde gevonden, en alles steunt er op eeuwige fondamenten.

En zoo werkt de H. Geest nog heden ten dage. Hij eischt geen ander geloof in ons, dan een redelijk geloof, waarvan wij rekenschap geven kunnen, en dat op goede gronden steunt. Door het woord spreekt Hij tot onze redelijke ziel, en door dat woord verwekt Hij gedachten, overleggingen, redeneringen, gevolgtrekkingen in ons, die ons tot de kennis en overtuiging der waarheid brengen. En de menscb, die alzoo van den Geest bearbeid wordt, bespeurt op dat oogenblik niet, dat er een ander buiten hem zeiven is, die hem bewerkt; want het geschiedt alles, langs de eenvoudige en natuurlijke gangen zijner eigene rede, en hij meent niet anders of bet zijn slechts zijne eigene invallende gedachten, die hem tot deze inzigten brengen. Maar wanneer hij dan straks de waarheden, die hij heeft gevonden, ook met een gewillig hart omhelst, dan als het ware, terugziende op den weg, dien hij is geleid geworden, dan verstaat hij door het geloof, dat de Heere aan deze plaatse was en dat hij het niet geweten heeft. En dan beroept hij zich voor zijne hope ook niet op verschijningen en ingevingen, die geen grond of rekenschap toelaten, maar hij beroept zich op het woord Gods, als den eenigen grond, die vast ligt, en waarop ook alleen de H. ('eest Zijn werk in hem heeft opgebouwd.

IV.

Wij spraken over het woord Gods, als den eenigen grond, waarop de H. Geest Zijn gezegend werk bouwt. De rede van den Apostel Petrus bevestigt ons in deze opmerking, die thans in de vierde plaats, onze aandacht verdient. Wij zien ook hier, hoe de II. Geest zich op de Schrift beroept.

Wij hebben gezien hoe de Apostel, sprekende in den Geest, zijne hoorders eerst door redelijke gronden bewijst, dat de Galileërs niet datgene zijn, waarvoor de spotters hen houden. Thans gaat hij er toe over, om hun te zeggen wat zij dan wel zijn. Hij treedt op, om de wonderbare verschijnselen te verklaren, die de schare in ontzetting brengen. En hiertoe bewandelt hij eenen gansch eigenaardigen weg. Hij treedt in geene filosofiën en'hoogdravende vertogen, maar wendt zich aanstonds tot de Schritt Gods, en wijst als met den vinger aan, dat hier niets anders geschiedde, dan wat reeds eeuwen van te voren, door den mond van den Profeet Joël verkondigd was, gelijk wij zulks nog heden, in Hoofdstuk II vs. 28^—02, van dien Profeet kunnen nalezen. Ik zal mij voor dezen keer

Sluiten