Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen grond der eeuwige drieëenige Godheid, alle voornemen en raadsbesluit uitgaat. Naar die schrift worden Hemel en Aarde geregeerd ; wordt het gansche weefsel der geschiedenis van alle eeuwen afgewerkt; worden de duivelen geoordeeld in de helle; worden de verlorenen verwezen in de pijnen des vlammenden vuurs; worden de Engelen uitgezonden tot hunne dienst; worden de geloovigen uitgetrokken uit het verderf en overgeplant in het Paradijs. De Schrift! De Schrift! Zoo weergalmt het van eeuw, tot eeuw in alle sfeeren van het Godsbestuur, in de hoogte en in de laagte, van verre en van nabij, opdat, als eenmaal alles, wat ooit geschieden zal, geschied is, het dan tot verbazing van alle schepsel blijke, dat al wat geschied is, niets anders is dan vervulling der schrift. Aan deze schrift houdt zich de Vader, als die geene verandering kent noch schadnw van ommekeering. Aan deze sehrift houdt zich de Zoon, als die niets anders wil dan wat de Vader wil. Aan deze schrift houdt zich de Heilige Geest als die slechts begeert, den Vader en den Zoon te verheerlijken. En waar de Geest getuigenisse noodig heeft, om te bewijzen dat Hij de Geest is, daar is het die Schrift en die Schrift alleen, waarin Hij ze zoekt, opdat er voor God en menschen geen ander beroep of gezag overblijve, dan dat eenige onverbreekbare wetboek des Vaders — de Schrift !

En aan dienzelfden regel houdt zich de Geest nog heden te dage ook in de gemeente Gods. De geloovigen in Christus hebben allen den Geest, die hen in alle waarheid leidt,1 maar zij zijn niet allen evenzeer in dien Geest opgewassen.' Een ieder van hen heeft nog een onafzienbaar veld van kennis en ondervinding te doorwandelen, waarin die Geest hem nog van schrede tot schrede voortleiden moet. Wanneer hij heden terug ziet, op hetgeen hij voor tien jaren was, toen hij nog eerst als een zuigeling verkeerde in de dingen des Geestes, dan staat hij verbaasd over het gansch ander licht, waarin hij thans vele zaken beschouwt. Hij stemt thans van harte vele dingen- toe, die hij toch nog met heiligen ijver meende te moeten bestrijden; vele dingen ook keurt hij thans af, die hem toen geoorloofd, ja pligtmatig toeschenen. En wederom zal hij dezelfde ondervinding hebben, wanneer hij tien jaren verder is, en terug ziet op hetgeen hij heden was. Zoo is het werk des Geestes een gestadig wassen en toenemen, en daardoor vindt men in de gemeente allerlei graden en standen van ontwikkeling; kinderen, jongelingen, mannen, vaders in kennis, in geloof, in ondervinding. Zij hebben allen den Geest, en toch is er onder hen eene ontzaggelijke verscheidenheid, ja groot verschil, dat helaas maar al te vaak tot de hevigste twistingen aanleiding geeft. Wie zal hier beslissen?

Sluiten