Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan ¥an het menschelijk hart: met één woord, in de zonde, die wij gewilliglijk van den vader der leugen overgenomen hebben. Het dood geloof is een linksche, zijdeHngsche gr*ep naar de zaligheid; maar een greep, die verreweg te kort grijpt, omdat de arm gebonden is door sterke snoeren, die aan deze aarde vast gemaakt zijn. Bijgevolg ontstaat het dood geloof uit het wereldlievend, aardscbgezind bestaan van ons afgodisch hart, dat de zaligheid wel als iets wcnscbelijks begeert, maar niet ernstig genoeg, om er zijne afgoden voor prijs te>«e™n. Mitsdien ontspringt het dood geloof al mede uit het zelfbedrog, dat nog immer den kans mogelijk acht, van twee heerente kannen dienen, en beiden te behagen. Indien wij echter die;nalgemeenen grond, waarop het dood geloof wast, naanwkeung onderzoeken, zoo ontdekken wij daarin als het ware wer wortels, waaruit deze onvruchtbare doornstruik zijn voedsel trekt. Ik bedoel de vleesebelijke kracht der gewoonte, den hoogmoed, de vjdelheid, de ligtzinnigheid.

Bij de meeste menschen is het geloof onvruchtbaar, omdat zii louter uit gewoonte gelooven. Het tegenwoordige naamchristendom bestaat voor het grootste gedeelte uit geloovigen, di» de godsdienst, welke zij belijden, als eene doode nalatenschap, van hunne ouders hebben overgenomen. Waren hunne ouders Mahomedanen geweest, zoo zouden zij evenzoo onverzettelijke Mahomedanen zijn, als zij zich thans Christenen betoenen. Het is een louter instinctmatig, ik zou bijna zeggen dktiiik geloof, dat hoegenaamd niet op eene eigene, zellonderzoekende, met vrijheid kiezende werkzaamhmd des harten steunt. Het gezag der voorgeslachten is de eenige grond, waarop dat geloof zich beroept. En het gezag der voorgeslachten, de getuigenis der vaderen is zeker een goede grond, wanneer het hart zelf met levende belangstelling ra het heil der ziel, die nalatenschap onderzocht, aan Gods woord getoetst en in den geest des gebeds zich toegeëigend heeft. Dan begint zulk een hart in te zien, dat die nalatenschap onmogelijk is te aanvaarden, zonder dat er eene verandering des gemoeds, eene afsnijding van den ouden wortel Adams en eene overplanting op den levenden wortel Christi plaats vindt. Maar zooals in onze dagen de groote menigte geiooft, heeft er niets anders plaats dan eene nederlegging van de overgeleverde waarheden in den dorren onvruchtbaren steenachtigen grondman het onbekeerde, buiten God levende en naar God met vragende gemoed. En op dien grond verdorren die waarheden aanstonds S .doode leerstukken, konde begrijpen en barre stelsels, die aangehouden worden, zooals men eene gewoonte aanhoudt, waarvan, men zelf niet eens meer weet, dat men ze beeft, Onder den

Sluiten