Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten der verledenheid en der toekomst geldt; dat het hier niet slechts te doen is, om zekere inzigten, begrippen, beschouwingen en leerstukken, maar om de verlossing der ziel uit een eeuwig verderf, om de ontvlieding van eenen eeuwigen toorn, om de verzoening met eenen heiligen, almagtigen God, om de loskooping door het dierbare, heilige bloed van Gods Zoon, in stervensnood aan bet kruis gestort. Neen, om alle deze dingen is het den zoodanigen niet ernstig te doen. Niet zoozeer dat deze ontzaggelijke feiten in en met hen zeiven plaats vinden ; niet zoozeer dat zij zeiven waarlijk verlost, verzoend, herboren, rein gewasschen worden; maar dat zij kennis van deze dingen bekomen, dat' zij er over medespreken kannen, dat zij zich daarover bepaalde begrippen en stellingen vormen kunnen - ziedaar het doel van hun godsdienstig streven en bemoeijen. En hoe zal het mogelijk zijn, dat zulk een geloof de werken heeft? Hoe zullen er werken Gods van iemand uitgaan, zoo er geene werken Gods in hem geschied zijn? Hoe zal een zondaar liefhebben, zoolang hij niet verlost is, en hoe zal hij verlost worden, zoolang voor hem zijne zonden slechts een begrip, zijn verderf een leerstuk, de verlossing eene bespiegeling, en bet geheel der kruiswaarheid slechts een spel is? Kan men in zulk eene luchtige, ligtzinnige gesteldheid des gemoeds de kracht bezitten, om zijn eigen leven . te verliezen, tegen zich zeiven de wapenen der geregtigheid te keeren, den smaad Christï te dragen, Zijn kruis op zich te nemen en Hem na te volgen op Zijnen doornigen lijdensweg ? Helaas ! hoevelen hebben er aan zulk een geloof schipbreuk geleden, ernstig bekommerd om 's werelds rijkdom, eer en lust, maar spelende met dood en eeuwigheid en met het heil hunner kostbare zielen !

in

De gevolgen van dat dood geloof, verdienen nog ten slotte onze aandacht. Onze tekst drukt die gevolgen in eenen ontlcennenden zin uit. Dat dood geloof, zoo lezen wij, heeft geene nuttigheid; kan niet zalig maken. In die ontkenning ligt evenwel eene verschrikkelijke bevestiging. Met zulk een geloof gaat eene ziel verloren; wordt de mensch met ligchaam en ziel verdorven in de helle.

En waarom is aan dit geloof zulk een ontzettend lot be& schoren? In de eerste plaats daarom, M. H.! dat uit dit geloof de mensch niet geregtvaardigd worden kan voor God. Wie is de mensch, die in de Schrift welgelukzalig gesproken

Sluiten