Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»E ROEPSTEM DES HEEREN TOT BEKEERING.

JES. LV: 7.

Voorzang Ps< 84 vs. 3 en 6.

Want God de Heere is eenezon en een schild, de Heere zal genade en eere geven. Ziet, in welk eene liefelijke gedaante God den zondaar te gemoet treedt! Hij wil niet altoos twisten noch eeuwig den toorn behouden ; Hij, die zoo veel redenen tot twisten heeft, die met zooveel regt toornen kan! Ach, dat de zondaar dit toch slechts inzage en tegenover dat van liefde gloeijende hart des Heeren, slechts niet zulk een ijskoud hart stelde ! Dan zou aan allen nood volkomen een einde zijn; de breedste klove ware gedempt, de ontzettendste breuke geheeld.

En toch, welk eene ernstige taal voert die zelfde mond, die genade en ontferming ademt! Bekeert u! zoo roept zij met een gfluid, dat door alle eeuwen hen tot alle geslachten ovjer de gansche wereld klinkt. Bekeert u, opdat gij levet en niet verloren gaat! Maar het schepsel is onvernuftig en luistert niet naar die ernstige roepstem; het roept daar tegenover : God is almagtig en goedertieren ; Hij zal ons allen wel eenmaal zalig maken ; Hij is magtig genoeg om te verhinderen, dat iemand verloren gaat; Hij is te goed om het verderf van eene enkele ziel te kunnen dulden;" en met deze redenering sluimert de zondaar den cenwigen doodslaap in. Maar hij bedenkt niet, dat diezelfde almaglige God — o wonder van ontferming! — als in eene biddende houding, gelijk een vader bidt, voor hem staat en hem toeroept: «Laat u met Mij verzoenen .'" Hij bedenkt niet, dat er een dag komen zal, waarop diezelfde genadige en almaglige God tot hem zeggen zal: »Ik kan u niet meer verlossen, het is te laat! Ik kan u niet meer helpen, indien ik God blijven zal." Dat bedenkt de zondaar niet, en daarom kan hij het heden der genade zoo roekeloos laten voorbijgaan, en verkortswijlen zijne kostelijke ziel en haar eeuwig heil voor een handvol slijk.

Wij zijn een geslacht, dat de bekeering van noodc heeft. Wij zijn geboren in het land des doods en onze voet staat van der jeugd af aan op eenen kwaden weg. Dat wordt ontkend door hen, die nog niet bekeerd zijn, en juist de be .

Sluiten