Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Almagtige, bfcj u aan het woord komen. In uw eigen rijk en verrijkt Ik, met al zijne heerlijkheid, met geld en goed, vrouw en kind, huis en akker is uw schat en uw leven; en de Heere slaat van terzijde daarbij, en moet Zfae beurt afwachten, totdat gij van uit al de drukten uwer afgoderijen eens gelegenen tijd bekomt om ook Gode te geven, wat gij meent dat Hem toekomt. Met één woord, de ware reden waarom gij leeft en werkt is niet God, maar uzelven en uwen vrienden te behagen. En dat moogt gij naar uwe wijze van spreken Godzaligheid noemen, maar de Kenner der harten, die niet aanziet wat voor oogen is, noemt het goddeloosheid en ongeregtigheid.

En nu, hoe lang zult gij nog twisten tegen uwen Maker ( Hij begeert u zalig te maken, maar zal Hij dit doen dan moet gij met Hem op den bodem der waarheid komen. Daarom wil Hij dat gij uwe geveinsdheden en huichelarijen van u wegdoet, en u zóó voor Hem vertoont als gij zijt, en dan zegt immers de titel goddelooze niets te veel. Hij begeert slechts dat gij het jammerzalige broddelwerk uwer eigene geregtigheid nederwerpt en toestemt dat gij arm, naakt, blind en ellendig zijt; dat het daar binnen in uw hart met deugt, dat gij op gecnen eerlijken, trouwen voet met God staat, maar uit geheel andere beginselen leeft en werkt, dan gij uzelven God en den menschen tracht diets te maken. Ziet, als gij daar staat, dan heeft de twist uit. Dan zijt gij het met God over hel eerste punt eens, namelijk dat Hij God is, en dat gij goddeloos zijt. .

Maar nu plaatst God den zondaar op zijnen heilloozen weg met het aangezigl naar de toekomst gekeerd en zegt tot hem: zie de baan eens af die gij bewandelt en merk op waar gij tere«t komt. Verlaat uwen weg en zet geene schrede meer daarop indien gij den dood niet lief hebt en het leven haat. Dat is het tweede punt, waarvan God de toestemming erlangt, namelijk dat de zondaar in de diepste rampzaligheid te regt komt, alzoo, dat hij bij het inzigt daarvan in ellende komt en bedroefd wédt van wege het verlies zijner ziel. Maar ook over dit punt voert dit geslacht eenen bitteren twist met God. Gij zegt- Wij hebben een verbond met den doodgemaakt, en met de 'hel een voorzigtig verdrag gesloten, want wij hebben de leugen ons tot eene toevlugt gesteld, en onder de valschheid hebben wij ons verborgen. Daarom zal de overvloeiende geessel doortrekken en tot ons niet komen. En op grond daarvan wandelt de zondaar in onze dagen gerust daarheen, roepende- Vrede, vrede en geen gevaar! Ja, in zijne roekeloosheid kan hij daar tusschen alle graven, pumhoopeu, pestilen-

Sluiten