Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld mei al hare ellende of met al hare begeerlijkheid slaat hem le dienste, om den zondaar van God af te schrikken, of naar de zonde heen te lokken. Evenwel, deze magt heeft hij niet, dat hij* eene ziel, die wensoht behouden te worden, dwingen kan, verloren te gaan. Maar hierin is hij magtig, dat hij eenen zondaar zulke leugenen diets'maken kan, waardoor dezé de hulpmiddelen', die God heift*' aanbiedt, •ongebruikt liggen laat. Zoo weet hij menigeÖ* zondaar fop den dwaalweg te houden, door hem loc te roepén: »>Er staat «geschreven^ het is God die het harf*ètekeert, het is^God die »u het geloof moet geven ; het is God, die in u werken »moet, beide het willen en heïiWtfeTken. Wat wilt gij dus • trachten u zeiven te bekceren? Laat af' van deze 'ijdele' pogingen en wacht totdat het God behaagt ü aan u zeiven tc «ontdekken.''

Het punt dat wij hier beharf8«l|a,. is hoogst gewigtig. Er bestaat, vooral onder bekommerde zielen, eene groote onkunde, aangaande de wijze waarop fJods Geest werkt. Zij denken doorgaans dat <iod een mensch niet bewerken kan zonder dat deze het bemerkt. Zij meenen, dat God niet aan hunne bekeering arbeidt, tenzij zij iets bijzonders of buitengewoons gevoelen. Welk eene bekrompene voorstelling van God is dal! Zou de Geest des Heercn in Zijn werk dan nog niet eens zoo behendig zijn, als wij het zijn ? Dwaalt niet en leert God beter kennen. Wanneer deze magtige, verwonderlijke Geest eenen zondaar tot bekeering bewerkt,, dan doet Hij het meestal zoo, dat deze er op dat oogenblik niets van bespeurt. Ja Hij weet zoo diep in het innerlijkste wezen van uw eigen ik binnen te sluipen, en de geheimste springvcdcren van uw denken en willen zoo onmerkbaar en toch zoo krachtig te beroeren, dat gij het besluit om u te bekeeren, bij u zeiven voelt opkomen, en, op dat oogenblik niet anders meent, of het is slechts eene bloot invallende gedachte, slechts een besluit van uw eigen ik, Maar gij bedriegt u, het is de geest Gods die daar in u werkt. Maar juist zoo is de aard van Gods werk, dat Hij Zijn doen tot een doen van den mensch maakt. Hij arbeidt niet om uw ik te vernietigen, maar om het door Zijnen teederen adem los le weeken van den bodem des eigenen levens, en te doen overvloeijen in het leven Gods. Maar daarom dan ook moet gij een ik blijven, en het moet zoo bij u worden, dat gij zegt: »Ik wil mij bekeeren; Ik zal opstaan en tot God gaan. Ik »zal gelooven. Ik zal God gaan dienen." En mei dit besluit keert gij u om, stoot de wereld met den voet van u af en valt God, die achter u staat, in de armen. Menige vrome, $ie daar bij u staat, en in het werk Gods geen regl inzigt

Sluiten