Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld zelve het den zondaar toe: »Vlied mij en stel uw harte niet op mij, want ik breng u den dood!" Dat is het getuigenis van het schepsel zelf, getuigende dat God de waarbeid spreekt. En dan, voor het vleeschelijk oog, het is zoo, steekt het leven met God zeer ongunstig af bij dat vrolijke, rijke, weelderige leven dezer wereld. Maar wie een weinig in staat is. het onderscheid tusschen ware en schijnvreugde, degelijk en schijngenot te vatten, kan reeds spoedig beseffen, dat de ruil zelfs hier in den tijd nog waarlijk niet zoo armoedig' is, als men wel denkt. Gelijk geschreven sta'at i De (Godzaligheid is tot alle dingen nut; hebbende de beloften des tegenwoordigen en des toekomenden levens. Daar zijn uitnemende, onuitsprekelijke genietingen in dat geestelijk paradijs der gemeenschap Gods en der heiligen. Eene ziel vindt daar eene ruste en eenen vrede, die alle verstand te boven gaat. Z^^erveelt er zich nooit, gelijk de kinderen der wereld zich zoo vaak vervelen, zelfs te midden hunner uitgezochtste vermaken. Zij heeft er eene volheid, zelfs in woestijnen en wildernissen gelijk, zoo menige vrome getuigd heeft, als hij uitriep : Alhoewel de vijgenboom niet bloeijen zal en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal en dat de velden geene spijs voortbrengen,, dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stalling wezen zal; zoo zal ik nogians in den Heer van vreugd opspringen; ik zal mij verheugen in den God mijns heils. (Hab. III vs. 17 en 18.)

Zeker, de bezwaren zijn groot en geweldig, en zonder strijd is zulk eene omkéering niet mogelijk. Menig oog moet uit* gerukt, menige hand afgehouwen worden, en dat valt smartelijk aan het vleesch. Vooral dan is die strijd allerbloedigst, wanneer degenen, die ons het liefst en dierbaarst zijn onder de-menschen, met ouderlijke beden of bedreigingen, met broederlijke vermaningen, met zusterlijke tranen ons zoeken terug' te brengen van het in hunne oogen zoo dwaze besluit, en ailes wat liefde en vriendschap uitvinden kunnen, te koste leggen, om ons met versche en onverbrekelijke banden aan dit wereldsche leven te boeijen. O! wanneer dan zelfs de huisselijke vrede tusschen man en vrouw, tusschen ouders eit kinderen op het spel komt, en dat genoegelljke leven, 'twelk men zoo vele jaren in zooveel harmonie met elkander gesleten heelt, op eenmaal en voor altijd dreigt verstoord te worden; wanneer gij u uit het verkeer, de gezelschappen, het gansche gezellige leven van zoovele vrienden uitrukken moet, met welke gij zoo lang in vriendschap lief en leed gedragen hebt, waaronder er zoo velen zijn, die gij nog zoo hartelijk lief bebt en — God weet het tot welk eenen prijs niet! — met

Sluiten