Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevuld, door de keuze van Malthias en behalve het twaalftal bevonden zich waarschijnlijk ook nog honderd en twintig personen ter plaatse, waar de Discipelen op de vervulling der belofte wachtten. Deze plaats was vermoedelijk een der dertig huizen of zalen, die den buitensten voorhof des tempels omringden. Nu de gehaatte Nazarener eenmaal van de aarde verdwenen was, trokken Zijne achtergeblevene leerlingen zoo weinig de aandacht der Priesters en Farizeën, dat zij ongehinderd in een der openbare tempelgebouwen konden verzamelen. De oorzaak, waarom zij zich bepaaldelijk in de nabijheid des Tempels onthielden, ontsproot wel hoofdzakelijk uit den tijd van het jaar. Het Pinksterfeest was aangebroken , en daar zij vreemdelingen te Jeruzalem waren, zoo konden zij gewis geene betere plaats voor hun verblijf kiezen, dan die hen onmiddelijk in de nabijheid der feestelijke Godsdie nstverrigtingen bragt. t.

Het was de eerste Pinksterdag, de 50ste dag na Paschen, Eendragtigiijk waren de Discipelen bijeen, door de herinnering aan dezelfde vcrledenheid, door de verwachting van ééne toekomst verbonden. Al de sporen van vroegeren twist en oneenigheid waren verdwenen, sedert dat zij bij het kruis gezien hadden, met welk eene liefde de Heere hen allen lief had. En meer dan ooit gevoelden zij zich, na Zijn vertrek van de aarde, onderling verbonden, daar zij elkanders behoeften het best beseften en vertroosten konden. Zij waren elkander dierbaar geworden, en eene innige liefde bereidde reeds hunne harten tot de ontvangst van éénen Geest.

Met het aannaderen van het Pinksterfeest hadden zich bereids tallooze scharen van vreemdelingen naar Jeruzalem begeven. Uit alle oorden der toenmaals bekende wereld, uit het Oosten en Westen, uif het Zuiden en Noorden, was alles, wat Jood of Joodsgezind mogt heeten, naar Zion zamengevloeid. Indien er iets groots geschieden zou, dat eenen algemeenen indruk op de wereld, ja eene beslissende omkeering onder de volken zou te weeg brengen, dan was zekerlijk dit tijdstip daartoe zoo gunstig, als eenig ander denkbaar. Want er was geen volk op den bekenden aardbodem, dat op dezen feestdag geene vertegenwoordigers te Jeruzalem had. Het was alsof elke natie onbewust, hare afgevaardigden naar de stad Gods gezonden had, om kennis te nemen van de groote gebeurtenissen, die er zouden plaats grijpen.

Terwijl de menigte reeds in den vroegen morgen zich ten Tempel spoedde, en deszelfs voorhoven met een bont gewemel vervulde, zaten de discipelen des Heeren welligt in het gebed

Sluiten