Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij ook in aUe eeuwen en nog heden ten dage onzigtbaar isv En hoe kan zij ook zigtbaar zijn, daar een Geest niet met oogen te aanschouwen noch met de handen te tasten is.

De H. Geest wordt ons in de Schrift aangeduid, als de derde naam of persoon in het Goddelijk wezen, die in volkomene eenheid met den Vader en den , Zoon, het werk voltooit, wat dezen hebben aangevangen, De Vader had Zijnen Zoon op -aarde gezonden, om het eeuwig raadsbesluit der Verzoening ten uitvoer te leggen. Do Zoon, met de menschelijke natuur zich vereenigd, had alle voorwaarden vervuld en het offer gebragt, hetwelk tot deze Verzoening vereischt werd. Thans was het de taak des H. Geestes, die Verzoening werkelijk te doen plaats grijpen. En daartoe daalde Hij uit den Hemel, om Zich met den geest des menschen te vereenigen. De eerste Pinksterdag was tevens de eerste dag, waarop God en de mensch, die sedert 4000 jaren gescheiden waren, weder ten volle tot één verbonden werden.

Wel is waar, reeds tan de vroegste tijden af aan, vinden wij den H. Geest werkzaam op aarde, om het hart der zondaren tot God te neigen. Wij lezen van de Aartsvader» en de Profeten, dat de Geest Gods, de Geest der Wijsheid in en op hen was. De Apostel Paulus berigt ons, dat de H. mannen, van den Geest Gods gedreven, de Schriften des O V hebben te boek gesteld, en gij herinnert u uit de eerste bladzijden des N. T. dat Simeon, en de Profetesse Anna van den H. Geest getuigenissen ontvangen hadden. Overal, waar op aarde waarlijk Godvruchtigen woonden, daar werd ook de H. Geest gevonden; want er is geene waarachtige Godsvrucht mogelijk, zonder de werkzaamheid des H. Geestes. Maar wanneer wij de uitwerkselen van den Geest bij de vroegere geloovigen vergelijken, roet hetgeen Hij in de Apostelen verriglte en nog in onze dagen uitwerkt, dan bespeuren wij een blijkbaar verschil. Ik bedoel hier niet de wonderen, teekenen en vreemde talen, waarmede Hij de Apostelen begiftigde • maar ik spreek van de kennis der waarheid en des lichte, welke zij deelachtig werden. Ue geloovigen des 0. V. hadden den Geest alleen bij tusschenpoozen. Menigvuldige duisterheden en onzekerheden, aangaande zeer gewigtige zaken, bleven in hunne ziel hangen, die door den H. Geest niet werden weggenomen. Zowaren wel met den levenden God vefeenigd; doch Zijn beeld stond hun slechts in donkere schaduwtrekken voor den geest, en zij genoten niet dien vertrouwelijken omgang met Hem, welke de zaligheid der mondige en volwassene kinderen Gods is. Maar aanschouwt de Apostelen! Zij ontvingen niet slechts een deel des H. Gees-

Sluiten