Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rom. VIII: 23*.

Voorzang: Ps. 98 vs. 1 en 9.

De Opstanding van onzen Heer Jezns Christns uit het «raf is eene gebeurtenis, die in de innigste betrekking staat tot ZKne lichamelijke verschijning. Ik leg met opzet eenen bijzonderen nadruk op het woord ligehameUjk. Het is over het algemeen een gebrek geweest onder degenen, die in de laatste eeuwen de verschijning onzes Heeren Jezus Christus Hef gekregen hebben, dat zij hare ligchamelijklieid niet genoeg hebben opgemerkt, en vooral de weldaden die zij ons ook naar het ligchaam aanbrengt, te weing hebben gewaardeerd. Ik treed in uw midden met de eenvoudige opmerking, dat de opstanding van onzen Heer eene Itgehamelijke daad is. Zij predikt ons iels anders dan wat de Heidensche filosofen gewoon zijn onsterfelijkheid der %tel te noemen. Zij predikt ons iets meer dan louter het algemeene begrip van een leven na den dood, waarmede ziek zoo velen m de christelijke kerk hebben tevreden' gesteld. De opstanding des Heeren verkondigt ons de groote waarheid, dat niet alleen onze ziel, maar ook ons ligchaam na den dood leven zal. Had de komst van onzen Heer op aarde alleen ten doel gehad onze ziel te verlossen, zoo zoude het niet noodig geweest zijn, dat Hij uit het graf ligcbamelijk verrezen ware, en Zfia verlossingswerk zou zich hier op aarde toet de uitstorting van Zgne ziel in den dood hebben kunnen besluiten. Maar het was der Goddelijke genade niet genoeg, dat zij door den dood van Uinstus onze ziel verloste, ook ons ligchaam heeft zö met ontferming gadegeslagen. Daarom gelijk Christus ons door den dood met God verzoend heeft, zoo heeft Hij door Zijne opstanding het leven en de onverderfelijkheid onzer ook ligchamelijke natuur aan het licht gebragt. J

Wij hebben in onze vorige zamenkomst den rijkdom der opstanding van Christus in het algemeen beschouwd. Ik wensen m dit uur uwe opmerkzaamheid meer bijzonder op een der vele Weinoodieen te vestigen, die in dezeri rijkdom besloten liggen. Indien ik datgene, wat ik hier bijzonder op het oog heb, met weinig woorden noemen zal, zoo verkondig ik u de opstanding van onzen Heere Jezus Christus als een waarborg van ons voortbestaan (maar in verheerlijkten staat) als menschen. Dit is eene heugelijke waarheid. Wij zijn menschen, en geene gedachte kan

IT -iTr-,erSChn,kkeHikerzijn' dan ontmenscht te worden. Met die scbnkkehjke toekomst bedreigt ons de dood. De dood is de slo-

Sluiten