Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

graankorrel opwaarts. Ten derden dage verrijst er een nieuw ligchaam in kracht en heerlijkheid, uit dezelfde groeve waarin het ligchaam der oneere en der zwakheid gezaaid was. En welk een ligchaam was het, dat daar uit het graf opstond? Gewis zulk een ligchaam, hetwelk de duidelijke sporen aan zich droeg van geboren te zijn uit het oude; een ligchaam, waaraan men de gelaatstrekken van het vroegere herkennen kon; een ligchaam, dat de likteekenen aan zich droeg van de wonden, die aan het oude ligchaam toegebragt waren geworden. Het was dus niet een gebouw , dat als het ware aan eene vreemde werkplaats vervaardigd, van buiten af aangebragt is geworden, om het vroegere ligchaam geheel te verdringen. Neen, het nieuwe ligchaam was kennelijk uit het oude ontwikkeld, door de wonderwerking eener verbazende verandering, in de donkere groeve des doods, door God tot stand gebragt. Wie zal het verklaren, boe uit de rups de vlinder zich ontwikkelt ? Wie kan het begrijpen , hoe onder de aarde uit het mosterdzaad een boom ontkiemt, waarin straks de vogelen des hemels zich nestelen? En kunt gij dat niet begrijpen, nog minder begrijpt gij, hoe uit het ligchaam van den Man der smarte het ligchaam van den Vorst des levens ontwikkeld is. Doch dat het daaruit' werkelijk is opgeschoten, nadat het sterfelijke des levens verslonden was, en dat dit verrezene ligchaam werkelijk een heerlijker, in al Zijne eigenschappen, voortreffelijker en uilnemender gebouw was dan het vroegere, daarvan heeft Zijne 40 daagsche Omwandeling na Zijne verrijzenis bewijzen genoeg gegeven. Ja wij danken onzen tróuwen Doodsverwinnaar, dat Hij die 40 dagen nog in dit stof heeft willen vertoeven, opdat Hij ons in staat stellen zou, ons eenigzins een denkbeeld td vormen fan de heerlijkheid die ons wacht, wanneer ook wij deze groote verlossing onzes ligchaams zullen ondergaan hebben. Immers de Schrift verzekert ons, dat ons toekomstig ligchaam gelijkvormig zijn zal aan het heerlijke ligchaam van Christus (Phil 5 ys. 21), en dat, gelijkerwijs ons tegenwoordig ligchaam het beeld is van het ligchaam onzes aardschen stamvaders Adam, alzoo ook ons toekomstig ligchaam het beeld dragen zal van onzen hèmelschen Stamvader Christus (1 Cor. 15 vs. 49). En indien dat zoo is, welke reden hebben wij dan niet, om met verruking op onzen verrezenen Christus te- staren, en ziende op Zijn verheerlijkt ligchaam, met den Apostel uit te roepen: « Wij verwachten de aanneming tot kinderen, (namelijk) de verlossing omes ligchaams !

En welk eene verlossing zal dat dan niet zijn! De Apostel noemt ons tegenwoordig ligchaaam, een ligchaam der zonde (Rom. 6 vs. 6), en ach, wij gevoelen dagelijks maar al te zeer

Sluiten