Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnde in ons zeiven, verwachtende de aanneming tot kinderen namelijk de verlossing onzes ligchaams. Maar God zij geloofd' dat die verwachting niet steunt louter op een vermoeden of op eene bespiegeling van menschelijke wysheid, maar op een feit , eenmaal hier op aarde met de Oogen gezien, en met de handen getast, nataelijk de opstanding onzes Heeren Jezus Christus uit den dooden!

HL

De rijkdom van ons onderwerp heeft ons zoo lang geboeid, dat wij nog slechts voor eenige korte opmerkingen ruimte overhouden.

Hoe zal daar uit eenig tarwegraan een heerlijk ligchaam opschieten , indien er in de kern geen kiem des levens is ? De goddeloozen zullen niet ten leven opstaan. En hiervoor bestaat eene natuurlijke reden. Want de goddeloozen dragen het nieuwe schepsel niet, dat uit Christus geboren is. Zij hebben geen ander leven dan het leVen Adams, en het is niet mogelijk dat het leven Adams wederom uit het graf zoude opstaan. Niet Adam, maar Christus is de Opstanding en het eeuwige Leven en wat niet in Christus leeft, moge eenmaal, opstaan, maar het zal zijn mét eene opstanding ter verdoemenis, met een ligchaam, geschikt en bestemd om gepijnigd te worden in den poel des vuurs, waar weening zijn zal, en knersing der tanden. Indien gij dan niet naar ziel en ligchaam wilt verdorven worden in de hel, zoo néigt het oor en het hart tot het Woord des Evangeliums, hetwelk u gepredikt wordt. Neemt dat Woord door het geloof in uw hart op, want dat Woord is het zaad des nieuwen levens, waaruit, onder de beademing des Geestes, het nieuwe schepsel geboren wordt, hetwelk een kind der opstanding , een kind Gods is. Toeft niet langer, dat Woord te omhelzen en met Christus gekruisigd te worden. Want zoo waarachtig ajs God leeft, hoe heerlijk en sierlijk gij u hier ook maakt, gij zult in dén dag der opstanding voor God en Zijne Engelen te schande worden, indien er voor uwen dood geene bekeering des harten plaats gèvohdeh heeft, zonder welke er geene vernieuwing des ligchaams in eeuwigheid plaats vinden zal.

Wij gelooven in Hem, die de Opstanding en het Leven is. Daardoor is de Geest in onze harten gedaald, en Hij woont in ons als de Geest des nieuwen levens in Christus Jezus. Indien dit zoo is, M. B. ! zoo laat ons bewijzen, dat dit nieuwe schepsel naar God geschapen is in ware geregtigheid en heiligheid. Laat ons toonen , dat wij niet in den vleesche zijn maar in den Geest, zoo anders de Geest Gods in ons woont. Maar zoo iemand den Geest Christi niet heeft, die komt Hem niet toe. En indien Christus in ons is, zoo is wel het ligchaam dood om der zonde

Sluiten