Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"»p- — d. w

opwekking yan Hp Hn^Kt

''"<■■ *•■' "gt de Heiland immer, •"

is niet dood, maar het slaanf" ne ' meisje

-n .azah.s'staat, °f * h* ** V

slaapt!" De Verlosser wilde dJs ook "at'wT ^ als eenen 8laap zouden aanzien ' ^ den Ao°*

Lazarus onze vriend slaanf i w n

i. d.„ „Mge »„°1J 1„ ,lk1 e;M »«'i.

™."d l. zjjn „„ d„ ij, f" ««WH D.

-.1 braaf „00„

schen kunnen maar nll ' W deugdzame men-

'en maai alleen brave liedpn h„#i. uu

benden noemen. Wien jJ a en

noemde, die moet wPi zlJn vnend

, uie moet wel zeer vroom geweest 7»n v„

daarom was voor lazaeüs a ■ . j en

geruste slaap. d°°d mets ande» dan een

^r4; d" «8.d» ».«

iets kwaads bedreven hadt* het^lt dien da«

»u ken,,,, „oe :U;dl;a,ltt" «*"«** M ni,

sliept gij dan ook al eindelijk in f iü ^ ' 6U werd gij dan den v I 1 e6Den 8chrik

-■«««" ?*•' h-

dadiger komt halen om lem 2'

voeren. strafplaats te

al moeien ajeggen. Ziet gn"PJnd g,h™den sedri,« wioht i. de doof"» >— & wal al bij nu ^ ^ ^

een vriendelijke engel, die u zacht naar hel betere Va' derland voeren zal.

Stelt niet uit tot morgen hetgeen gij nog heden doen kunt.

Een braaf, vlijtig landman bezat eenen akker, welke met keisteenen als bezaaid was. Hij wilde ze weggeruimd hebben, en verdeelde dezen arbeid op eenen schoonen lentedag onder zyne kinderen, aldus tot hen sprekende: // Begint nu met dit werk, want het is daar nu de juiste tijd toe, en het weder is gunstig." En lustig en vrolijk begonnen de kinderen het werk. Herman echter, de oudste zoon, bleef bij zijne makkers spelen, zeggende: »ik zal later mijne taak wel afwerken;" zoodat hij nog beginnen moest, toen de anderen haar reeds voltooid hadden. Zij vroegen herman : //wanneer zult gij de steenen opruimen? Zie, wij hebben onze taak reeds af, en gij zijt nog niet eens begonnen!" //O," sprak herman, //het jaar is nog lang, en de zomer zal weldra komen, dan kan ik op eenen dag doen waarvoor gij eene week noodig hadt." Toen de zomer daar was en de stralen der zon lucht en grond brandend heet maakten, werd hij afgeschrikt, want het werken viel hem te zwaar. Wanneer hij het beproeven wilde, vloeide het zweet hem in dikke droppels van het voorhoofd, en hy bezweek bijna onder den drukkenden last. Toen sprak hy bij zich zeiven: //Ik wil wachten tot de koele herfstdagen komen , dan zal dit werk niet zwaar zijn." Zoo liet hij den zomer werkeloos voorbijgaan; de herfst brak aan, en de noordenwind koelde de lucht af. Thans wilde hij

Sluiten