Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ien enkel uur deed echter al dit geluk ;n l

dwynen! Er werd aan het geregt een m; aa™ Ver"

verd, die roof en moord had gepleL la ^ ^'S616"

taak opgedragen dP ,0 i, . 0 ' HDG0 werc' de pgearagen, de zaak van den schuldige tP h^i •

ten. Ingevolge dezen last begaf hii zich 1 1 P

genis, ten einde, door een gesprek met T™'

*00 mogelijk meer licht in de zaak tT T™ '

vond eenen man van een hl! v verk»Jgen. Hg

wiens gelaat de sporen der ellende™ 611 V°°rkomeD> d.r°eg;

uit eigen bewpirino. , . et> noemde

> g verscheidene diefstallen ^1

tem gepleegd, en eindigde met «J. '

van tranen te betuigen f 660611 vloed

hem zoo ver gebragt hadden V6rtwiJfeling

Jiep. „.moering sprat de S.2 £ * "f""1 K" die hem vroom en hiW 1, L Z1Jne ouders.

«jd gezegd, toen hij hunne" wTm^veHiet ^oj'61" ^ vreemden zijn brood te gaan zoeken T

«i altijd l'«»t e»

^ m, g„d r ee"st g°-

zonder naar dp hof • • V °P miJ> en

»«d ik d de' be"g,°g "ij°" "-""U •« l.#en nieuwe dLl t ik n,„

t laatste gediend

had, noemen, noch een getuigschrift toonen kon. De ellende, welke ik met de mijnen sinds dien noodlottigen dag ondervonden heb, laat zich moeijelijk beschrijven; en toen wij al wat wij hadden, verteerd hadden, toen ik een mijner kinderen van gebrek had zien omkomen , toen verliet mij mijn geloof aan, mijn vertrouwen op God. De schuldige baadde zich misschien in weelde en genot; en ik, onschuldige, versmachtte en moest de mijnen van gebrek zien omkomen. Was er een God, kon Hij dit dan toelaten ? O! toen het geloof aan eenen God mij verliet, toen verliet mij ook mijn goede engel; toen strekte ik mijne hand uit naar de bezittingen van anderen en heb eindelyk die hand met bloed bevlekt!" Hier zweeg de ongelukkige. Hugo , die hem, bleek als een' doode, aangehoord had, ontwaakte als uit eenen benaauwden droom. Met alle inspanning zijner krachten vroeg h\j: n hoe heette uw laatste heer ?" en toen het antwoord luidde: u Hofraad S. 1" toen was het bange vonnis geveld, zijne zielsrust voor altijd verwoest. Als regtsgeleerde toch wist hij maar al te goed, dat er geene hoop op genade voor den ongelukkige was. Hij had dus een dubbelen moord op zijn geweten, hy had den ongelukkige naar ligchaam en ziel vermoord. Hij stelde een verhaal op van het vroegere gebeurde en liet dit in alle openlijke nieuwspapieren drukken; hij wilde zich zei ven volstrekt niet meer sparen, doch dit alles hielp niets. Men zag bij hügo , die nu eenmaal eer en aanzien bij de menschen genoot, dit vroegere vergryp als eene .jeugdige ligtzinnigheid door de vingers, beklaagde jlen gevangene, doch hoorde koel het doodvonnis over uezen uitspreken.

Toen het vonnis eenmaal uitgesproken was, scheen hugo , die tot op dien tijd toe immer als een gejaagde rond had gedwaald, tot rust en kalmte teruggekeerd te

Sluiten