Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare bonte en schitterende kleuren; knop en bloem, gisteren zoo droevig neergebogen, stonden nu regt op naar den hemel gekeerd, en in de veelkleurige kelkjes blonken , als parelen, de heilzame dauwdruppels. De zon verwarmde nu, daar het nog zoo vroeg in den morgen was, de planten zoo regt verkwikkend; het scheen bijna, als wilden die aanvallige schepseltjes in nieuwe heerlijkheid den grooten en goeden God dankbaar prijzen, als deed ieder bloempje moeite, zijne levensvreugde door den welriekenden geur die het van zich gaf, der morgenlucht toe te ademen, die de blaadjes zacht deed trillen.

De vader zag den verrukten knaap met eenen ernstigen blik aan, terwijl deze verwonderd bleef staan, en men ten duidelijkste op zijn gelaat de uitdrukking van vreugde en schaamte zag afwisselen.

//Nu, mijn willem!" sprak hij vervolgens, //wat zegt gij nu? heeft de hemel het thans weder goed gemaakt?"

In plaats van te antwoorden, drukte de knaap stilzwijgend zijns vaders hand, en een heldere traan rolde hem over de wangen.

«Leer, mijn zoon ["voegde de vader daarbij, //leer u op den tijd verlaten! De tijd maakt wonden, doch hij heelt ze later insgelijks I"

Willem nam het gesprokene trouw ter^harte; en zoo dikwijls hem iets kwaads overkwam-," dacht hij aan zijne bloemen en aan de troostvolle''woorden van zijnen welmeenenden vader.

s'

Sluiten