Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van geene beteekenis is, heb geduld met mij, gij lezer! Bewandelt gij eenen gelijken weg met mij, r gij zult van menige doling bewaard blijven, die ik u even getrouw geopenbaard heb, als:: mijne gansehe levensgeschiedenis aan ons volk bekendis. —Doch ik keer weder, waarvan ik ben uitgegaan. Al kende ik ook den arbeid, ik kende nog geen armoede uit overpopulati* ontstaan. Die was mij geheel vreemd. In de landstreek, alwaar ik geboren.en opgetogen was, in de Lymers, te Pfalzdorf, was armoede bij. menschen, .-.die. werken konden, toen althans, bij mij nog niet bekend. Maar hier vond ik overal hutten, waarin handen genoeg om te werken■, maar geen werk, geene verdiensten waren. Hutten, waarin letterlijk; niets was, half ingestort, van leem opgemetseld, met stroo toegebonden, uitgeloopen en verwoest door het water, zonder eenige meubelen, naauwelijks voorzien met een kaffen bed, een stoel of bank, of ook dat niet eens. Ik weet wel, dat ik deze arme hutten menigmaal bezocht en veel er over peinsde, hoe hier redding mogt aangebragt worden.

Hoe mijne gesprekken waren, hoe mijne leidingen waren, hoe die armen bestuurd. onderrigt werden, ik zal dit met een enkel voorbeeld aanwijzen kunnen.

EENE DORPSGESCHIEDENIS.

Ik was eens .met. een'" arbeider in eenen boomgaard, waar deze bezig was appelen af te doen. Ons gesprek liep over de vruchtbaarheid van het jaar, over den overvloed van appelen, en de mogelijkheid om ook varkens met den afval der appeleu vet te mesten.

— Dat zoude wat goed zijn, zeide ik.

Sluiten