Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik liet hem bij mij komen. Ik verhaalde hem de geheele geschiedenis; hij was verheugd, maar heengaande zeide hij: ik heb u nog iets mede te deelen.

— Wat dan ?- vroeg ik.

— Het isjtatf^jftien jaren geleden, dat ik geleerd heb zoo te handelen, en gij zelf zijt er de oorzaak van.

— Eilieve, hoe danP;;

— Gij herinnert u nog wel den arme t. met het kreupele been. Dien kocht gij eens een oud paard. De man had onnoeraelijken voorspoed met dat paard, hij won er zoo veel bij, dat hij het volgende jaar het paard, dat intusschen veel gezonder geworden was en een veulen droeg, zoo duur verkocht, dat hij er een ander paard voor koopen kon en nog bovendien eene goede koe, die hem melk en boter genoeg gaf, om er van te bestaan. Ik weet nog zeer goed, dat die voorspoed een paar jaar duurde, en zoodanig was, dat een ieder zeggen moest: blijkbaar rust er een zegen op al wat de arme t. onderneemt.

„ Een**echter kwaamt gij op een morgen tot hem, en ik zat juist bij hem, en hij had het oude paard weder verkocht en wel «eer duur aan eenen voerman. Ik herinner mij nog, hoe hij u dat verhaalde en het als een nieuwen zegen wilde aanmerken, dat hij het paard, dat niet meer bijten koude en geheel op was, zoo duur, met zoo veel leugens verkocht had.

h Hoe schoon t. het verhaal van den verkoop ook voordroeg, zoo zag ik echter, dat het u ontzaggelijk griefde. Ik vergeet nooit, dat gij terstond er op liet volgen: /»ik vrees, dat de zegen, die tot nu toe op u rustte, van nu aan in eenen vloek zal veranderen. Zoo met een gave Gods te bedriegen, kan niet anders dan het oordeel Gods berokkenen."" Het was dien man

Sluiten