Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierin bestaat voor dezen tijd de grootste studie. Het is ons gelukt langs duizenderlei wegen de maatschappij te brengen in eenen toestand, waarin zij op alle mogelijke wijze wil verzorgd worden. Het mag wel onze taak worden op tienduizenderlei wegen zorg te dragen, dat zij tot den normalen toestand van zelfverzorging terugkeert. Natuurlijk is de meeste zorg, die gij voor armen bebt, de oorzaak van hunne overgroote zorgeloosheid. Denk aan de kippen op het boerenerf. Denk aan dat gezin, hetwelk alles doet om de kippen te brengen in den onnatuurlijken toestand, dat zij altijd bij de deur blijven.

Daarom de huismoeder, de Kerk alleen. Zij is de eigenlijke armen—verzorgster. Help haar dat zij het kan zijn, en gij helpt het beste. Het is de eene hand door welke het alles gaan moet. Maar zij moet van allen geholpen worden. Zij alleen heeft de zedelijke en godsdienstige kracht, die de armoede overwinnen kan. — Maar helpende moet zij verheffen. Bedeelende moet zij bestrijden.

De armen hebt gij altijd met u. Niet het proletariaat, dat is eene onwaarheid. Neen, slechts de weduwe, de weezen, de oude van dagen, de kreupelen, de kranken. — Niet zij zijn de bedoelde armen, die thans er onder gerekend worden, menschen, die arbeiden kunnen en toch moeten onderhonden worden. Deze hebt gij niet altijd met u. In dien toestand zijn wij gekomen door de ongeregelde bedeeling van Staat, Kerk en Philantropie. Die toestand wijkt weder.

Menigmaal als ik daar luisterende zat op het Armen— Congres, en vooral toen ik den onvermoeiden Fhilantroop

Sluiten