Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ja beantwoord, dat mij geen de minste twijfel overbleef, of ik zoude donkerder zaken vernemen, dan ik wist, dat er in het jaar 1847 in de Nederlanden konden plaats grijpen.

Er zat een wijf in de gevangenis, genoeg reeds bekend in de annalen onzer regtsboeken als verleidster der arme een hellewicht, boos om ook boosheid te verspreiden. Zij zat tusschen allen in, tusschen meisjes en vrouwen; zij konde daar vrijelijk spreken en handelen, nu als zieke op de ziekenzaal, dan als gezonde onder de gezonden. Haar voornemen was om eerlang dit huis verlatende, een groot slecht huis in den Haag op te rigten, en daartoe zocht zij in dit huis die voorwerpen op, die door jeugd en aanvalligheid haar het beste toeschenen !

Maar hoe zijt gij daar achter gekomen ? zult gij zeggen Vijf meisjes hadden zich geadresseerd tot de Directie van de zedelijke verbetering der gevangenen, en ik konde alle deze vijf meisjes afzonderlijk spreken in tegenwoordigheid van eene dame, die mij naar dat huis vergezelde, en ik heb met ieder dezer meisjes afzonderlijk gesproken, en mij is uit den mond van deze, de zaak klaar gebleken. Belangrijke zaken deelden zij mede, en ik mogt eenen diepen blik werpen in den aard van dit gevangenhuis. Zonder de minste zorg worden zulke booze schepsels geplaatst bij arme, wel gevallene, maar nog niet zoo diep gezonkene schepsels. Dit zal den lezer duidelijk worden, als ik met een enkel woord opgeef, de hoofdkarakters der hier aanwezige vrouwelijke gevangenen.

De eerste cathegorie maken de kindermoordenaressen uit. Zij zijn ter dood veroordeeld geweest en zitten, gratie ontvangen hebbende, hier twintig jaren lang. Een daad, in de diepste wanhoop volbragt, misschien in een

2*

Sluiten