Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vijf meisjes baden mij, dat ik mij over haar ontfermen mogt; gij allen, die dit stuk leest, als u gezegd wordt; // mij blijft buiten die spin, die adder daar, die mij wel in haar hol opnemen wil, niets op aarde," zult gij zeggen: // gaat daar heen, ik wil niets van u weten."

Als een der Roomsche meisjes mij toesprak: # mijn pastoor heeft mijne bede, mijne- klagt afgewezen; nu blijft gij mij nog over. Gindsch wijf bood mij aan, voor hare rekening het nieuwe huis op mijn naam in den Haag te beginnen, omdat zij eerloos is. Ik heb het geweigerd. Mijn weg is nu naar de Ommerschans, anders blijft mij niets. Reeds gaf ik mijn naam op; als bedelares zette men mij; ik wil een jaar in de Ommerschans doorbrengen; maar ach, wat dan —?" Wat zult gij. sant woorden ?

Ik zal ze niet verstooten.

Niet waar? Heeft het den overste dezer wereld geen moeite gekost, huizen der wellust op te rigten voor die ongelukkige schepsels, om ze daar voor tijd en eeuwigheid te dooden, het zal de Christenen (zoo het geheele Christendom waarlijk iets meer is, dan eene gedachte, en zeker, wij zouden het gelooven moeten, in eenen tijd als de onze, waar de genootschappen in zulke toestanden slechts blijven denken aan het behouden hunner kapitalen) toch ook zulk eene groote zaak niet zijn, om dan: toch eindelijk ook eens een huis op te rigten, waar geheel verlorene worden opgenomen en onder christelijke leiding gebragt, tot den Verlosser gevoerd, vergeving ontvangen, in het kruis gelooven, om van die ure af niet meer der zonde te leven.

Waar zijn zij die in het kruis van den Middelaar Gods en der menschen gelooven in onzen lande, in de

Sluiten