Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar (Jeze zaak kost geld, veel geld. Zij kost geloof, veel geloof. Meer dan uw geld, heb ik uw geloof noodig; want de Heer spreekt; mijne is het goud en zilver; maar zoo uw geloof groot is als een mosterdzaad zult gij tot dezen moerbeziënboom zeggen: word in de zee geplant, en het zal geschieden. Het heeft geene zwarigheid, iets te ondernemen: men ziet het aan onze kapitaliserende genootschappen, als men slechts op geld denkt, dat vloeit er genoeg te zamen; maar wel als men op het geloof ziet, het geloof in den eenigen Middelaar, niet om geld te kapitaliseren voor de zedelijke verbetering der gevangenen, maar ook om ze waarlijk met trouwe liefde tot den Heiland te voeren, om waarlijk nieuwe schepsels te worden. Dat is de groote zaak.

Die dit stuk leest; ik heb een vriendelijk verzoek aan u: vraagt uzelven eens: kent gij de Godskracht van het kruis, of denkt gij nog dat alles door geld kan verkregen worden? Ik ontving van u veel bewijzen van belangstelling in de zaak der gevangene meisjes. Ik dank er u voor; maar zegt mij eens: waarom mogt ik nog nooit éénen Christen vinden, die eene arme ontslagene gevangene, nadat zij mij gebleken was trouw en goed te zijn, op wilde nemen in zijne woning? Het waren natuurlijke menschen. Zullen deze ze tot christus voeren? Helaas! wien zij niet kennen, hoe zullen zij Hem prediken ?

Wilden de Christenen met mij arme ontslagene gevangenen in hunne woningen opnemen, o dan zoude er weg en raad zijn. Hunne vermaningen, vertroostingen zouden harten winnen, zielen buigen, overwinnen. Maar nu, overdenkt de zaak goed. Ik heb de gevangene meisjes tot nog toe wel kunnen onderbrengen bij zeer degelijke, knappe menschen. Ik kan er ook verder mede voort-

Sluiten