Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwe herders. Ik las dit hoofdstuk voor. Het was mij niet mogelijk dat hoofdstuk op iemand anders dan op mijzelven en op de mij omringende schare toe te passen. Was het al klimmende mijn arbeid* geweest, het werd mij in die ure een heilige gelofte mij geheel daaraan toe te wijden. Die woorden, Ezechiel 84 : 4.

g De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerscht over hen met strengheid en met hardigheid,"

zij werden mij eene gelofte.

Zoo stemt de eeuwige Liefde het hart. Te huis gekomen, vond ik dat mijn trouwe vriend J. bouwhuis, gouverneur bij de kinderen van het kasteel Hemmen, drie onderscheidene verlorenen, reeds weggedrevenen had opgenomen, die mij waren toegezonden.

Reeds wa3 de stroom begonnen, niet slechts van ontslagene gevangenen, maar thans ook van degenen, die ik later op Steenbeek heb opgenomen, naar het eenzame Hemmen. De ondervinding was reeds daar, dat zulke weggedrevenen niet in het familie-leven kunnen opgenomen worden. De een was zoo tuchteloos, dat zij alle gehoorzaamheid van zich wierp; de andere zoo geheel nog verleidster, dat zij gevaarlijk was voor degenen die met haar in aanraking kwamen; twee er van droegen in hare leden, de eene toen nog niet kenbaar, de teekenen der zonde in zware krankheid. Mijn besluit was ras genomen een Asyl op te rigten voor zulke ongelukkigen. Een maand wilde ik reizen en spreken over deze zaak. Mogelijk win ik in die eene maand

Sluiten