Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk werd, dat zij uog vatbaar was voor redding. Daarom toonden wij ons gaarne aan degenen, die geen middel onbeproefd lieten, geen nog te nemen maatregel onbedacht verwaarloosden, om haar zoo immer mogelijk te behouden. Soms diep besohaamd in ons ongeloof, maar meermalen vertroost over het mostaardzaadje, dat opgroeit tot eenen boom, begeerden wij niets liever dan aanschouwers te zijn en te blijven van dit tooneel van zoo veel schijnbaar hopelooze worsteling en genadige overwinning. Hij, die ons op dien weg stelde, gaf ook de kracht om dien weg te blijven bewandelen.

Eene, die ons moedwillig had verlaten, stierf onder zware gewetenswroegingen in het Cholera-huis te Leijden. Toen zij heenging had ik het volgende gesprek met haar gehad.

Ik. Gij hebt uw besluit te kennen gegeven, heen te willen gaan; is dat besluit plotselijk opgekomen, of uw gevestigd verlangen?

Zij. Ik ben altijd voornemens geweest heen te gaan.

Ik. Wat uitzigten hebt gij, uw brood eerlijk buiten het Asyl te verdienen?

Zij, Ik zal gaan werken, waar ik werk vinden kan.

Ik. Zal men u werk geven, terwijl er zoovele knappe dochters ledig gaan?

Zij. Ik zal mijne familie opzoeken.

Ik. Zullen zij u opnemen?

Zij. Dat weet ik niet.

Ik. Kunnen zij u ander brood geven, dan u hier gegeven wordt? Ook hier eet gij brood, dat u om niet gegeven wordt en werkt wat er te werken is.

Zij. Neen, dat geloof ik niet.

Ik. Waarom blijft gij, die weet hoe gevaarlijk de wereld voor u is, niet liever hier?

Sluiten