Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij. Ik heb geen zin hier te blijven; maar zal toch het slechte pad niet meer opgaan.

Ik. Gij wilt nu het smalle pad bewandelen, dat naast den breeden weg loopt, en weet dat dit niet te bewandelen is zonder groot gevaar. Bleeft gij hier, dan hadt gij ten minste een smal pad dat ver van den breeden weg af ligt. Zeg mij, ziet gij dat ook niet in. Is het daarom wel goed voor u, het Asyl te verlaten.

Zij. Ik heb geen zin hier te blijven.

Ik. Dat begrijp ik. Ik zal u een verhaal doen, dat ik eens ergens gelezen heb. Het is eene gelijkenis.

Er stierf iemand, die altijd op den breeden weg der zonde geleefd had. Het verhaal zegt, dat hij ontwaakte en een engel stond bij hem. Aan dezen vroeg de afgestorvene: waar ben ik hierp Gij zijt van de aarde door den dood gescheiden, antwoordde deze. Waar ga ik nu heen? vroeg hij. Waar heen gij wilt, sprak de engel. Voer mij dan naar den hemel, zeide de afgestorvene. Uw wil zal geschieden, antwoordde de engel en bragt hem derwaarts. In den hemel gekomen, zag hij duizende zaligen, maar allen die daar waren, spraken in de taal en in den geest der Heilige Schrift. Hij hoorde dat, en zeide: Ik heb geen zin in deze dingen, voer mij van hier.

Zoo gaat het thans ook u, gij zegt: ik heb hier geen zin, ik wil weg van hier, maar weet het, gij ontvlttgt ook de mogelijkheid om eenmaal tot dien zin te komen, dien gij noodig hebt om den hemel: in te gaan.

Doch ik zal u de geschiedenis verder verhalen. De gestorvene haastte zich weg. De engel vroeg hem: waai nu heen? Voer mij sprak hij, naar de plaats waar, hetgeen ik zoo gaarne zag, het schoone, het sierlijke gevonden wórdt: Ik hield zooveel van muziek en zang, en al wat

Sluiten