Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagenoeg vrij. Waarom? In de zoogenaamde groote buizen worden slechts de jongsten, de schoonst en, de wel gemanierden opgenomen, terwijl in kleinere of geringere de ouderen en de onbeschaafde slagtoffers uit de heffe des volks hare toevlugt zoeken. Deze bieden zich vrijwillig aan, zij dienen de zonde om loon, zoo lang men haar houden wil, zoo lang er voor haar nog iets te verdienen valt. Zij worden niet met sieraden getooid of met het vette dezer aarde onderhouden, maar gelijk aan versletene slavinnen — doch neen! veelal schenkt men deze het voldoende genadebrood, — maar gelijk aan oude paarden zoo tracht men van haar met de minste kosten nog zoo veel voordeel mogelijk te trekken. Zij zeiven klemmen zich aan de zonde, aan haar bestaan vast om niet op straat gezet te worden en als bedelaressen en landloopsters (want waarheen zouden zij zich begeven?) in de werkhuizen hare laatste dagen te moeten slijten. Zij zijn vrij, omdat er geen gevaar bestaat dat zij zullen wegloopen, zij zijn vrij omdat er aan haar geen winstgevend kapitaal zoude verloren worden, omdat er voor é*éne die uitvalt, vele plaatsvervangsters zijn. Maar met genen is het anders gesteld. Zij zijn zeldzamer en hebben dus waarde. Zij worden gekocht en verkocht, bewaard en bewaakt als een rentegevend goed. Doch koopen en verkoopen is het regte woord niet, want zij worden of geleverd of overgenomen.

Iedere bordeelhouder heeft zijne, meest vrouwelijke, personen, die als speurhonden geschikte slagtoffers voor hen opsporen. Dergelijke makelaarsters helpen gewoonlijk de jonge dochters op het slechte pad en wanneer deze dan, uit het ouderlijke huis verstooten, zich in radeloosheid tot hare helpster of raadgeefster begeven, ontfermt

Sluiten