Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oliekruikske van Gods genade: daarom worde er niets verwaarloosd of klein geacht.

14. De heiligste si-rijd zij tegen het ongeloof: nimmer houde men op het ongeloof te bestraffen. De heiligste begeerte zij van den Heer af te smeeken, dat het geloof vermeerderd worde. Het gansche Asyl bestaat eenig en alleen door het geloof en moet, zijn midden in de wereld een getuigenis van Geloof, van Hoop, van Liefde.

15. O, dat er geen dag voorbij ging, dat men zich niet afvroeg: Ach! wat deed ik nog voor de eeuwigheid? Mogt er eene stille wensch heerschen, toch ook eenmaal iets te kunnen doen, waaruit blijken mogt, dat men den Heiland waarlijk liefheeft.

16. Eindelijk zij het hoofdgebod: Hebt elkander lief.

Eiken zondag morgen worden deze voorgelezen.

Nog een enkel woord over de nationale beteekenis van het Asyl in Christelijken geest.

Wat was meer behoefte, dan het aanvaarden van den strijd tegen zulk eene vreeselijke zonde, als die van deze ongelukkige, zoo diep gevallene personen. Nog zegt de menschelijke wijsheid misschien: // door ze te redden, maakt gij de deur nog wijder om dien weg op te gaan?" Gij, die dit zegt, weet gij het wel, dat er al zeer veel geschieden moet, eer eene jonge dochter dezen weg opwandelt? Gij bedriegt u, als gij denkt, dat iemand tot zulk een uiterste zoo spoedig overgaat, dat niet de schrikkelijkste nood, verleiding, misleiding, ja ik weet

Sluiten