Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 : 3. 't Heeft Lukas goedgedacht, Theo-philus te schrijven, 4. Van^heil^(^ri«tusbragl^at.mwiglijkzalblijven.

JoHANNES.

1: 6. Daar was een mensch #ten dezen tijd,"

„ Van God gezonden „en geleid.'

23. Hij was de stem, des roepende

n In de woestijn „steeds zoekende."

1 : 29. Ziet het Lam Gods »sla het Gade!,"

14. Vol van waarheid en genade,?l(;

29. Dat wegneemt/ des werelds zonden

12. Voor de zijnen „die hem vonden."

1 : 20. Johannes was de Christus niet,

7. Maar kwam, als boetgezant, ons leeren

28. Dat deze dingen zijn geschied,

13: 25. Meld ons de boezemvriend des Heeren.

Handelingen.

17: 22. Gij mannen van Athenea, aaj geprezen, „ Ik bemerk dat gij Godsdienstig zijt; 23. 'k Heb een altaar gevonden »en gelezen," tf Aan den Onbekenden God ^gewijd."

„ Deze nu die gij niet kènöènde dient, ,z Verkondig ik u lieden „als uw'vriend."

17 : 24. God, die de wereld gemaakt heeft, „ Wat daar in is „wat daarop leeft.''

„ Deze, zijnde eenen Heere „ Des Hemels, en der aarde. 25. Hij wordt niet „ter zijner eere" n Gedient «naar zijne waarde." j

17 : 24. Woont niet in Tempelen, gemaakt

t Met menschen handen „Hem ter eer" 25. Als iets behoevende. //Hij waakt." //En ziet goedgunstig op ons neer."

„ Alzoo hij het leven, in zïcbzèlven heeft, „ Die nevens den adem, alle dingen geeft. „Dit is de leer en zijn— De Handelingen Der Apostelen - in die menschenkringen." I

Sluiten