Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paulus geeft een Brief te lezen, Aan de Broeders te Efezen.

Efezbn.

6 : 4. Gij Vaders „hoort wat God gebjed»& ;/ Verwekt toch uwe Kind'ren niet, H Tot toorn „en tot wederstreven," „Door uw voorbeeld hen gegeven.'

„ Maar voedt ze op „van jongs af aan.' „ In de leering en vermaning „ Des Heeren „geest leert U verstaan,'" „Zonder God niets dan beschaming."

„Opdat zij ten jongsten dagen," „Ü niet hoeven aan te klagen," z/Het is een Goddelijk bevel," „Het ga u dan op aarde wel."

6 • 1. En gij Kinderen zult wezen, ,/ Uwen Onderen gehoorzaam, „ In den Heere //nooit volprezen,

„Door zijnen geest wordt gij bekwaam."

,, Want dat is regt „billijk en goed/' „Verzuimt dit nooit bij wat gij doet."

6: 2. Bert uw Vader, Eert uw Moeder, v Dit is ten eerste — Een Gebod, „ Met een beloftenis «van God."

„Zij zijn immers U ten hoeder," „Zoo ook hier beneden tevens," „Als op 't pad des eeuw'gen levens."

6 : 3. Hebt hen lief naar Gods bevel,

n 't Gaat U ook «op aarde wel." ;;«.ÏÏÉ^

„ Zoo gij lang leven moog' op aarde, , Zijt dan uws Vaders steun en staf," „En zoo Gods goedheid haar bewaardejV „Uws \ Moeders troost, die God u gaf."

„En zoo worden voorbereid," „Voor een zaal'ge eeuwigheid,"

Sluiten