Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tien Geboden.

1. Ik ben de Heere God; mijn hand

Verlost' u uit Egypteland, Volgt dan gehoorzaam mijn geboön,

Bewijst geen eer aan andre gofin.

2. Misbruikt mijn naam niet met uw mond,

Of staaft met dien geen logen vond ; Zes dagen zijn n toegestaan,

Om op uw arbeid acht te slaan.

3. De zevende zij ten allen tijd,

Een rustdag na voorgaande vlijt.

4. Bewijst uw Oudren altoos eer

Dat nooit hun zorg uw' liefd' ontbeer', Opdat gij lang gelukkig leeft,

In 't land, naar 't welk gij henen streeft.

5. Bedwingt uw toorn, opdat gij niet

Door doodslag 's naasten bloed vergiet.

6. Bewaakt uw hart, en houdt het vrij

Van ontucht en van hoererij.

7. Steelt nooit door hebzucht aangespoord,

Iets 't geen uw's naasten toebehoort.

8. Geeft nooit een valsch getuigenis,

Weet: dat de Heere, Regter is

9. Dat nooit uw hart begeerte voed,

Naar 's naasten huis, of erf, of goed.

10. Of vrouw, of dienstmaagd, knecht of vee, Deelt liever iets van 't uwe meê.

Dus lurtl, o Christnen! 't hoog bevel,

't Welk d'Almagt gaf aan Israël.

Help ons, o Jezus! door uw kracht

Zoo word1 uw wil door ons volbracht, En strakk' aan ons, bij iedre daad,

Uw heilverdienst', een toeverlaat, In deez' aardschen staat.

Sluiten