Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ps. LXV: 4, 5.

O onze God! o vast vertrouwen

Van 't allerverste land , Op wien al 'saardrijks einden bouwen,

En 't wijdst gelegen strand, Gij, die de hemelhooge bergen

Doet pal staan door uw kracht, Zoodat zij vloed en stormen tergen,

Gij zijt omgord met magt.

'tGebruisch der zee doet Gij bedaren,

Daar Gij haar golven stilt; 't Rumoer der volken, als der baren ,

Betoomt Ge, waar Gij wilt. Die de einden dezer aard bewonen,

Aanschouwen , dag aan dag, De teeknen, die uw almagt toonen,

Met vrees en diep ontzag.

Er is in de middeneeuwen eene scheiding gekomen tnsschen ons leven op aarde voor de aarde en ons leven op aarde voor den hemel. De Katholieke Kerk van dien tijd heeft het huwelijk voor minder heilig verklaard dan het ongehuwde leven, e,n aldus het Huisgezin in verdenking gebragt, alsof het Gode minder behaagde. Ook heeft zij den Staat en de gezellige zamenleving daarin niet hoog gerekend, en het doen voorkomen, alsof het Gode aangenamer is, indien wij ons daarmede niet inlaten. Aan de evangeliepredikers heeft zij

*

Sluiten