Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus opgelegd, zonder vrouw en kinderen te zijn, en het voor heilig verklaard, dat men de zamenleving verlaat, om zich kloosters terug te trekken; ja, werkeloosheid en bedelen aeeft zij als verhevene godsvrucht geprezen.

Die minachting van het huiselijk en maatschappelijk leven is uit Indië afkomstig. De thans door velen zeer geprezen, zelfs wel eens met Christus vergeleken Boeddha heeft haar in de zesde eeuw vóór Christus in zwang gebragt, en is alzoo de grondvester geworden van den treurigen toestand der volkeren in China en Japan en geheel oostelijk Azië, waarin de groote meerderheid geheel en al materialistisch is of voor zinnelijk genot leeft, en eene zeer kleine minderheid haar godsdienst betoont in ijdele pogingen, om het zinnelijk leven in kloosters en onder boetedoeningen te onderdrukken en te dooden.

Lijnregt strijdig met deze Eoomsche en Boeddhistische zienswijze is die des Evangelies. Midden in de wereld leefde onze Heer Jezus Christus. Hij eerde het huiselijk en maatschappelijk leven. Dikwijls keerde Hij als vriend in de huizen in; het huwelijk was Hem eene ordening van God '); bij eene bruiloft openbaarde Hij het eerst zijne wondermagt, en dat wel ter verhooging der gezelh'ge vreugde 2). En zonderde Hij zich des nachts af, om te bidden — het was, ten einde des daags te krachtiger in de maatschappij te kunnen optreden.

Gelijk de Heer, deden zijne leerlingen. Een ongehuwde onder hen vergeleek de verbindtenis van man en vrouw met die van den Heere Christus met zijne Kerk 3). Allen leefden zij te midden hunner medemenschen. Zij wilden i dat die niet werkt, ook niet zal eten4), en dat wij werkende zullen najagen al wat waar, edel, regt, heilig, liefelijk is, al wat

n Matth. XIX: 4—6. 2) Joh. II: 1—11. 3) Eph. V: 22 -33. *) 2 Thess. III: 10.

Sluiten