Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is dan deze stéle of dit tafereel uit het graf van een overouden koning genomen.

4) BI. 18. Die heuvel heet Montfaucon. Hij is niet ver van de vestingwerken, en, terwijl hij vroeger buiten Parijs lag, nu door deze in de stad getrokken. Hij ligt zoo wat halfweg tusschen de twee begraafplaatsen Père Lachaise eu Montmartre, naast het nieuwe romantische wandelpark, Pare des buttes de Chaumont genoemd.

s) BI. 13. Deze predikant, die onder de arme Dnitschers, vooral straatvegers, te Parijs wilde werken, heet Von Bodelschwing. Voor zijn koop en bouwplan collecteerde hij de noodigc gelden te Frankfort, Berlijn en in andere groote steden van Duitschland. Zelf behielp hij zich met zijne vrouw langen tijd in een gedeelte van het houten gebouw, dat nu tot bewaarschool dient. Doch de gezondheid zijner vrouw (ook eene von Bodelschwing) had te veel geleden, om het daar langer te kunnen volhouden. Hij is thans predikant in Westphalen.

*) Bij bi. 14. Eene proeve! In con Franschen almanak van 'tjaar 1842 vond ik het volgende verhaal: Een grijsaard uit den omtrek van Nismes vertelde: „Een jaar, voordat onze broeders in de Cc vennen den standaard van den heiligen krijg hadden verheven, werd ons bcrigt, dat over drie dagen de eerwaardige Brousson eene vergadering zou houden in de Baume des Berginnes, bij Vergèse. Dit was eene groote spelonk, welke de hand des Almagtigen had gevormd aan de oostelijke helling van een henvel met olijven bedekt. De opening was zoo naauw, dat men er niet dan kruipende in kon komen; de olijven, zinnebeeld des vredes, schenen ons eene volkomene veiligheid te beloven, daar zij met hnnne dikke takken de plaats onzer afzondering verborgen.

„Op den morgen van den bepaalden dag zocht men de vermoedens der Roomsen-Katholieken te voorkomen, doordat sommigen eene ziekte voorgaven en anderen naar de mis gingen. De psalmboeken en vrome geschriften werden opgegraven, als ook de wapenen, die aan de huiszoekingen waren ontkomen. De vrouwen beefden, maar rieden ons evenwel niet af, om ons naar de vergadering te begeven; want vreesden zij het gevaar, zij verlangden ook hartelijk de zamenkomst bij te wonen. Hoe lang scheen ons de dag, iu de verwachting van eene groote vreugde en in het opzien tegen een groot gevaar doorgebragt! Eindelijk was de nacht daar; er viel een koude en doordringende regen. Het was een vreeselijk weer. God scheen ons te begunstigen. Wij verdwenen stiUekcns en Heten de ouden vol zorg achter, terwijl onze moeders voor ons baden. Dx was nog geen achttien jaar; mijne zuster,

Sluiten