Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn broeder en vader vergezelden mij. Op den weg vonden wij reeds uitgezette wachters, die ons beloofden, goed te zullen opletten.

„ Toen wij kwamen, was de vergadering reeds talrijk; geheel de streek van Vaunage was zamengekomen. Welk aandoenlijk schouwspel! Vrouwen, meisjes, kinderen, wier doornatte kleederen het water aan alle zijden Heten uitloopen. De wind, die door de hooge bergkloven gierde, deed een klagend geluid hooren. Om deze somberheid te verlichten, waren er enkele kleine lantaarnen, wier zwak schijnsel de ijzingwekkende duisternis der grot alleen vermeerderde.

„In het midden der vergadering zat de eerwaardige Brousson; hij had het grof gewaad van een boer aan , 'twelk er nog ruwer uitzag door het slijk, dat het bezoedelde. De vrouwen bekleedden met hare zwarte voorschoten den stoel, die voor kansel moest dienen. Op een steen stonden do bekers en het brood des avondmaals. De dienst begon met het lezen uit den Bijbel en psalmgezang. O, hoe geschikt waren ze voor de omstandigheden! Wij hoorden den ongelukkigen Fulcran Rey uit Nismes, die dit deel der dienst vorrigtte, en z66 zich oefende, om martelaar te worden. Spoedig hadden wij geene koude meer, hoorden wij den storm niet, dachten wij om geen dragonders.

„De prediker koos tot tekst de merkwaardige woorden des Heeren Matth. X: 23: „Die volhardt ten einde toe, zal zalig worden.'' Hij bewees, dat de zaligheid niet was weggelegd, dan voor hen, die zonder ophouden den grooten kamp des geloofs streden, en beriep zich daartoe op het voorbeeld der belijders uit de apostolische en latere tijden. Voorts schilderde hij ons den moed der martelaren van onze dagen, die hunne regters in de vierschaar verlegen maakten, op het rad hunne beulen tot medelijden bewogen, en in den hemel de kroon des levens ontvingen. Nog teekende hij ons de kwellingen der lage afvalligen, in het volgende leven te wachten, maar ook de folteringen van het zelfverwijt reeds in dit leven. O, hoeveel tranen van berouw vloten in dezen stond, welke eeden van getrouw te znllen zijn werden uitgesproken.

„Te midden van ons snikken zegende de predikant het brood en den wijn, waarop wg nederknielden voor God, Hem om vergiffenis baden en om sterkte — toen op eens eene stem riep: „ De dragonders! vlugt." Maar op hetzelfde oogenblik verkondigde ons eene losbranding der musketten, dat onze laatste ure had geslagen.

„Ik kan u niet zeggen, wat toen in de spelonk voorviel. De dikste duisternis omringde ons; het gevloek der soldaten en het geschrei der stervenden verwarde zich in dit vreeselijk oproer. Ik weet niet, hoe ïk mij redde. Ik kwam bij mijne moeder, verstomd en wanhopig. Mijne bloedverwanten waren er nog niet. Te vergeefs wachtten wij hen, zij kwamen nimmer weder Mijn vader wprd in een afgrond

Sluiten