Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/oochenen, zullen hier, en te regt, uit hunne beginoren f Ja op antwoorden, en , wat de zoodanige in onze kerk daar varlijken , dewelke op de zorgvuldW-wijze zich w.u h«en voor de woorden uitverkorenen, d'sAor.hren, averefaenz., wdke in de taal des li. Q^i gebruik, wbrden^o' waardoor het kenmerkende onüer leer wordl uitgedrukt Z die,dezelve opzettelijk schijnen te vermijdenis hun niet nUeen, maar ook den Alwetende, bekend. Maar ik antwoord, indien ik eenen onafhankel.jken en onveranderlijken Uod, als het eenige dienenswaardige Wezen eerbiedi* en m>, voor geenen afha.nkelijken en Veranderlijken, afiro* nederboige, „war v mr . \*i*9t0irM***M.éÜ&

l: staan, cn van wien goWwordt/5^ rand des Heeren be* uat rn der eeuwigheid, en, dé ïleere - .der heirsckaren heeft hel m zijn vaa:d.be Jolen, wie zal hel dan breken** d^n zeg ,k neen; aan God* zijde staan blinde Heidenen,. verstpkle Joden, en vervoerde door Muhamet even VelijU •net deze, levende onde, het Woord; en waarom zoude ik),

VRn P ^'voHen Booth niet mogen eebrn.ike,i> ("; doch met opzigt op die onder het evangelie loven ( .bet oude evangelie bestaat zonder bi|- pleg.i jfedieM , vhet Ixuoontgeene achting voor den academis., uithoofde *Z1'ine Si:ondige geleerdheid, noch aan den marolist uit » hoofde van zijn opregt gedrag, het slaat geen de minste ■«acht .op.den hoveling, ter oerzake zijner aanzienlijke \ " eerambten, noch op den dev/taris, uit aanmerkingz,-j„er «regtvaardigheid;.neen, de magfigstc vorst met denver«achtsten slaaf, de geleerdste wjjsgeer me. den eenvoudig. » sten boer, de deugdzame dame en de cerlf. >ze lichtekooi «•staan.gelijkWdeszelfs wijduitges,rekt it-zigt," ;„ fa laatstgenoemden lu bben veelal den /Trrimg; is het daarom niet, dat de Goddelijke leertiar aar/ „• „sc/e z.e/fvet heffers zoo vernederende zegt: H urken Tj^uuai, z>//len mvoor gaan in Gods Koninkrijk,) , indien de/.e gelukki" gerua.Vrt -worden, wordt deszeüs Aullicn- verheerlijkt , Tegen deze , toom_h,.t evangelie een allervriend. lijly/^olaat, maar

, (j). Hccïsch (fpij. di'r genade. Pag. 7.

Sluiten