Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lO^ VRAAG.

Waarin ligt de grond van dezen gebiedenden wil, of verpligting tot geloof? of in de inwendige waard/'/ van het lijden van den Jm/nanuel als oneindig, bij den eeuwigen regter en zijn regtvaardig oordeel gehouden, voldoende voor de zonde van hel geheele menschdom; zoodat, wat de verwerving der zaligheid betreft, die aan de zijde Gods, voor allen even na is, en z'j dan ook allen, zoo als sommigen zeggen, verpligt worden, tot het geloof op dezen grond? of ligt de grond van verpligting in de volstrekte zedelijke afhankelijkheid van den mensch, die in eeuwigheid niet kan vernietigd worden, en op welken grond Gods bevel moet gehoorzaamd worden, of'God moest kunnen ophouden God te zijn, hetgeen ongerijmd en onmogelijk is?

a ntw. Om nu van geene vledermuizen te gewagen, die in het donker vliegen, (*) laten zelfs-veelgeachte geleerden, die, of in voorredenen, of openbare schriften edelmoedig en godvruchtig dit stok schijnen te behandelen, ons hier in het onzekere, terwijl zij dan schijnen den grond van verpligting af te leiden uit de zedelijke wet, tot bekeering en geloof, dat wij ook stellen, en dan wederom uit den eerstgemelden grond der inwendige waardij van Christus lijden, dat wij nog niet kunnen gelooven, zoodat een lezer, die zoekt te verstaan hetgeen hij leest, altoos in het onzekere blijft, wat de schrijver bedoelt; want, dan schrijft men van »een gebod of bevel om te moeten, • dan van vrijheid of vergunning om tc mogen gelooven; >dan is het, alle*, wat zij allen tot hunne zaligheid noodig » hebben, heeft Christin voor zulke zondaren als zij zijn » verdiend, wanneer zij allen lot hem kwamen zoo zouden »zij gewis zalig worden," dus de verwerving is, zoo het

(*) Ik bedoel bier door die naamlooze schriften, over de algemeene aanbieding, zoo voor als tegen, in ■welke, dan eens het eene, dan het andere' schijnt omhelsd te worden.

Sluiten