Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne schapen, voor welke hij zijn leven stelt? zijn die anderen, die hier niet toe behooren, dan maar bij toeval, uutdat zij niet willen gelooven, hier van uitgesloten? lk vraag, welke is toch de to reikende grond, dat wij allen als ongeloovigen in de wereld komen? maar ik vraag dit aan hervormden, (want de remonstranten kunnen deze vraag op hunne gronden ook wel beantwoorden,) en ik weet, als hervormd, op bijbelgronden niet anders te antwoorden, dan, omdat aan ons alterregt vaardigst die eene misdaad vim ons verbonds-hoofd is toegerekend, en zoo liggen wij reeds bij onze inkomst , in de wereld onder den toorn. (*) Bene plaats is genoeg, Joh. 3: 36, Die in den Zoon getoojl enz. Letwel, er staat niet, de toorn Gods komt, maar de toorn Gods blijft op hem, zoodat de zondaar door zijn ongeloof zijn rampstaat verzegelt; mag nu deze vrijmagtige bepaling, voor wien al of niet Jezus verdiensten tot zaligheid zullen zijn, aan de eene zijde niet een vrijmagtig liefdegeschenk, en aan de andere zijde eene regtvaardige weigering heeten? ik denk ja. Maar als die zeergeleerde man zegt of verhinderen, dit is waarachtig, want God verhindert den mensch niet om te gelooven, maar zijne eigen boosheid; in tegendeel, God gebiedt hem welinecnend, als een goddelooze zijn weg, en als een ongeregtige zijne gedachten te verlaten , en zich te beheeren tot den Haer, zijnen wettigen Opperheer, in wien dienstbaar te worden zijne zaligheid gelegen is, voor tijd en eeuwigheid.

Als dezelfde auteur onderzoek doet, waarom de Heilige Geest het geloof niet werkt in het hart van hen, die verloren gaan, vraagt hij: »is hun hart al te onvatbaar voor >het geloof, of hun tegenstand te groot ? reikt Jezus gehoorzaamheid zoo ver niet toe, of is de kracht van den •geest uitgeput? of zijn zij het onwaardiger als de uit-

(*) Die van deze waarheid ontegenzeggelijk wil overtuigd worden. die leze de onvergelijkelijke voorrede van den hoog eerw. heer Joh, v. d. t-'onert, voor het schatboek van Ursinus, een stuk, daar alle de vijanden van onze waarheid hunne tanden stomp op moeten bijten, m «Of niet vermalen, kunnen.

Sluiten