Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yen ; van dat' allés kan de Wet niets doen, zonder het Evangelie en zonder de Genade en den Geest van Christus , die ons daarin beloofd worden. Zoo ook wederom, indien het Evangelie alleen staat, en niet geholpen wordt van de Wet, welké kracht zal het dan toch hebben , om eenig mehsch waarlijk te bekeeren en zalig te maken? Want het zal dan immers nergens in de wijde wereld eenig arm zondaar ontmoeten, die waarlijk over zijne zonden verlegen, en aan zijn hart voor God verslagen is, en die Christus tot een medicijnmeester voo zijne gewonde en kranke ziel van nooden heeft. Het mag dan vrij , als een donker maanlicht van boven schijnen op des menschen harte, maar het zal nimmermeer in de ziel kunnen indringen , als een helder, levendigmakend en verwarmend zonnelicht. Het mag het verstand verlichten; maar het kan, zonder de Wet, den inwendigen grond van het hart nooit waarlijk verlichten. Het mag dan al, den beker nog zoo schoon van buiten reinigen ; maar het kan niet komen, tot in de verborgen binnenkamer des harten , om die te reinigen van de vuile vordorvenheid der zonden. Ja zonder de Wet -mag bet Evangelie, de blinde en zorgelooze consciëntie zoo wat pleisteren, met eene losse blijdschap en met eene ongegronde hoop en ijdele inbeelding van de zaligheid; maar het kan den knagenden worm van eene bevlekte consciëntie niet dooden ; het kan zelfs zoo veel niet doen , van maar slechts voor één oogenblik den waren vrede met God, door Christus, binnen in 's menschen ge-.

Sluiten