Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien tijd , naar buiten toch tusscben Judas en de andere Apostelen en Discipelen des Heeren ? Ging bij toen niet bij de geheele wereld , en bij al zijne medebroederen door, voor een opregt vroom man, en was er wel iemand , die andere gedachten van hem had, dan alleen de alwetende Zaligmaker ? Ja wie kan zeggen, dat Judas toen ook andere gedachten van zich zeiven gehad heeft ? Hij mag heimelijk somtijds gevreesd,' enwel eens kloppingen in zijne consciëntie gehad hebben , of hij niet wel misschien een huichelaar mogt zijn ; want het is niet te denken, dat hij altijd gansch onkundig zoude gestaan hebben aan zijne verouderde boezem-zonden, en aan de verborgene geveinsdheid , daar bij dagelijks in leefde: maar zijne ongegronde hoop, die hij steeds bij zich zei ven schepte, van Christus en Zijne beloften, zal die overtuigingen in aija binnenste gedurig weder als gesmoord en ten onder gehouden hebben , zoo dat ze niet tot een waarachtig licht van eene heilzame bekeering bij hem konden uitbreken : want zoo is het toch doorgaans met denaard der geveinsden, dat zij hunne ontdekkingen smoren en verdonkeren, met het licht van de beloften, het welk uit het Woord eenigzins helder op hun verstand schijnt. Maar zegt ons eens mijne vrienden, wat was de rampzalige Judas, met al die schoone figuurmakerij , met al zijnen ijver voor Christus, en met al zijn vertrouwen en steunen op de beloften, evenwel toch anders dan een gruwelijk en vervloekt huichelaar, in eene schoone Apostels-gedaante; ja dan een booze en ge»

Sluiten