Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgedoofd te zijn, nu meerder lucht en opening in het harte krijgende, begint ook allengskens weder meer en meer te ontvonken. In het eerst merken de waangeloovigen dat zoo niet op; want om dat zij maar alleen het buitenste des bekers gereinigd hebben i en dooide kracht der Hemelsche genade, nimmer in den grond gereinigd zijn, en dus ook nooit de kwade begeerlijkheden der zonde, die in de binnenste deelen van het hart heimelijk huisvesten, opregt gehaat, noch met ernst bestreden hebben; daarom passen zij dan rru ook niet zeer op die zondige lusten en bewegingen , welke zij , uit den verborgen grond van hunne harten , allengs voelen oprijzen ; maar zij zijn te vreden , wanneer zij dezelve maar in hunnen boezem kunnen dragen , en zorgvuldig voor anderen verborgen houden , en als zij zich maar kunnen wachten, voor de uitbreking naar buiten. De zondige lusten en begeerlijkheden , in het hart, alzoo geen tegenstand van eenig belang ontmoetende, maar veeleer heimelijk onderhouden en gekoesterd wordende, gelijken dan aan de jonggeborene kinderen, en beginnen somtijds ongevoelig in kracht en sterkte aantewassen, en hoe langer hoe meer toetenemen ; tot dat de waangeloovige eindelijk zelf gewaar wordt, dat er een sterk vuur van booze lusten, in zijn hart, aan het branden 'geraakt is. Alsdan ^egint hij doorgaans, in het eerst, wel eenig werk met zich zeiven te krijgen , en woelt en wurmt op zijne wijze, om dien brand zoo wat te blusschen , dat ze niet eens te eenigen tijd naar buiten mogt uit-

Sluiten