Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worde melaatsen, die deee heilige dingen onboetvaardig en ruwelijk aantast! Went bet allerminste kwaad het geen daarvan komen kan, is, dat de genen die te voren gingen in eenige bekommernis en verlegenheid over zich zei ven, aanstonds als zij maar hunne

dat ia de belofte van bet Evangelie begrepen ia (en hem, niet minder maar ook niet meerder dan aangeboden, en als zoodanig door den Kinderdoop verzegeld is, en dac de menschwordinj, den Kruis, dood van Gods Eenwigen Zoon heeft moeten kotten!!), alt reeds het zijne beschonwe en behandele, en das achten zou die weder, geboorte, die bekeering niet noodig te hebben. Zie aanm. z. Wie zal dorsten, dan naar het gene men overtuigd is te missen en hem onmisbaar te zijn? joh. 6: 35 , 53 , 54» ■ Men peiozeeensop de Ge* lijkenis van Jezus, Malta. 13. en bijzonder, bij tegenstelling, daaraf, wat toch Wit dat beteekent Vs. 5, „daar het niet veel aarde bad," en vervolgens ,,ora dat het geen diepte van aarde had," ver. gel. niet Vs. ao en si ? en daar tegen over t wac dan toch wel die „goede aarde** beteekene v«. 8, 33? men neme eens,* moge het zijn, in ernstige overweging, onder biddend opzien tot den Geest der Waarheid, of het antwoord van den God der Waarheid niet ge. lezen wordt. Matth. li .- iSa. Jes. 55: sa, 2a. Onenb. 12: 17b. 21: 6b. (vergel. met Joh. 16: 8. <5: 45. Efes. z: 19, 90, a: Bh ) vooral Hand. 2: 37 en Luk. 18: 13 en dergelijke; en van welk een eeuwig aanbelang, in de keus van twee verbazende uitersten, of, dat „niet veel," dat „geen diepte* van aarde te hebben, of die goede aarde, slj, waarvan dan toch immers alles vervolgens afhaugtV.\ welke goede weike diepte van aarde dan toch immers volstrekt vercischt ■wordt, aleer, dat Evangelie-Woord , hetwelk het groot Goddelijk aanbod, van hetgeeu door het Heilig Bloed dei Eeuwigen Zoons Gods moeste verworven worden, hem betuigt, en door H. Doopwa. ter bezegelt,- (gelijk het zaad in eene, niet maar even oppervlakkig geroerde, maar diepdoorpioegde wei-toebereide aarde en een diep. aan alle zijden in den grond zich uitbreidende vast en blijvend ge. wortelde, en aldus stevige en£vruchtea.Vébrtbrengende plant,) een geloof wordt, dat wortel en leven CJoh, «r 53. 54) in zich zeiven heeft, en, door liefde gedrongen, door dien Geest der aanneming ut

Sluiten